Een pitch is een in beginsel onbeschermd idee

17-08-2012 Print this page

B9 11566. Rechtbank Amsterdam, 1 augustus 2012, LJN: BX4955, Eiser tegen BEFRANK PPI N.V. c.s.

Reclamerecht, althans IE-rechten m.b.t. het pitchen van een reclameconcept en reclamestrategie. “De pitch zelf moet worden gekwalificeerd als een aanbod, niet als de aanvaarding van een aanbod (om deel te nemen aan een pitch). Het aanbod is niet aanvaard zodat een overeenkomst niet is totstandgekomen. Vaststaat dat de inhoud van de pitch niet wordt beschermd door IE-recht. Gebruikmaking van dergelijke niet-beschermde inhoud is in beginsel niet onrechtmatig. In casu geen bijzondere omstandigheden gebleken voor een ander oordeel.”

Eiser stelt dat de overeenkomst, op grond waarvan eiser deelnam aan de pitch, voor BeFrank onder meer de verbintenis inhoudt om geen onderdelen uit de pitch van te gebruiken ingeval eiser de pitch zou verliezen. “BeFrank is in de nakoming van genoemde verbintenis tekortgeschoten. BeFrank heeft immers wél van onderdelen uit de pitch van gebruik gemaakt, meer in het bijzonder de volgende onderdelen: (i) het advies om het woord ‘duidelijk’ te claimen, zoals bijvoorbeeld Interpolis het woord ‘glashelder’ heeft geclaimd; (ii) het advies dat de descriptor ‘het duidelijkste pensioen van Nederland’ moet worden gebruikt als strategie voor de communicatie, marketing en producten.”

De rechtbank oordeelt anders. Het aanbod, de pitch, is niet aanvaard en een overeenkomst is toen dus niet bereikt. Van een onrechtmatige daad is daarnaast ook geen sprake: “Voor ideeën, zoals vervat in de pitch van eiser, heeft de wetgever geen bescherming willen bieden”: 

4.5.  De inhoud van de pitch van wordt – en partijen hebben hierover ook geen verschil van mening – niet beschermd door regels omtrent de bescherming van intellectueel eigendom (IE). Voor ideeën, zoals vervat in de pitch van eiser, heeft de wetgever geen bescherming willen bieden, in de zin van het toekennen van exclusieve en afdwingbare rechten op dergelijke ideeën. Deze keuze van de wetgever en het concrete resultaat daarvan – de inhoud van de pitch van is niet beschermd – maakt dat het (eventuele) gebruik van de ideeën van eiser door BeFrank in beginsel niet in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Als dat anders was, zou dat immers in feite een verruiming van de door de wetgever afgebakende bescherming uit de IE-wetgeving betekenen. Denkbaar is dat bijzondere omstandigheden maken dat het gebruik maken van onbeschermde intellectuele voortbrengselen in een bepaald geval wel in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt, en daarmee onrechtmatig. Zulke bijzondere omstandigheden zijn in casu echter niet gesteld en ook niet gebleken.

Lees het vonnis hier.