B9 11510. Vzr. Rechtbank Alkmaar, 26 juli 2012, KG ZA 12-192, Vereniging van Professionele Woningbemiddelaars tegen Courant International B.V. (met dank aan Wim Maas en Charlotte de Boer, Deterink).
Merkenrecht en handelsnaamrecht. Eiseres is op grond van een exclusieve licentie en volmacht gerechtigd namens merkhouder op te treden. Merk ‘Rots-Vast Groep’ en handelsnamen ‘Rots-Vast Groep’ en ‘Rots-Vast’ jegens ‘Rots idb Vastgoed’ voor woningbemiddeling. Merkinbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b en sub c BVIE alsmede handelsnaaminbreuk op grond van artikel 5 en 5a Hnw. Alle vorderingen worden toegewezen. Proceskostenveroordeling ambtshalve gematigd, terwijl gedaagde tegen de hoogte van de gevorderde proceskostenveroordeling geen verweer heeft gevoerd.
Gedaagde betwist dat sprake is van merk- en handelsnaaminbreuk. Zij maakt een krant en gebruikt de naam ‘Rots idb Vastgoed’ uitsluitend voor de verhuur van kamers in de woning van haar directeur. Zij benadrukt dat het woord ‘Rots’ voor haar directeur ziet op de Here Jezus Christus die voor hem een rots in de branding vormt. Gedaagde meent dat het merk ‘Rots-Vast-Groep’ en het teken ‘Rots idb vastgoed’ voldoende van elkaar verschillen daar de enige overeenkomst het woord ‘Rots’ betreft, aangezien het woord “Vast” in haar handelsnaam gewoon onderdeel is van het woord “vastgoed”. Gedaagde stelt daarnaast dat er eerder een samenwerking bestond tussen haar en franchisenemer Rots-Vast Purmerend.
4.5 De voorzieningenrechter overweegt dat zowel het merk van de Rots-Vast groep als het teken van gedaagde worden gebruikt voor activiteiten in de sfeer van woningverhuurbemiddeling en derhalve voor dezelfde of soortgelijke diensten.
4.6 naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden, dat er sprake is van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het bij de vergelijking van een merk en teken gaat om de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen en dat er meer gewicht dient te worden toegekend aan de punten van overeenstemming dan aan die van verschil. Kenmerkende overeenstemmende delen zijn het prominente gebruik van het woord ‘Rots’ als beginwoord en het woord ‘Vast’ als eerstvolgend volledig uitgeschreven woord. Aldus is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een met het merk van de Rots-Vast Groep overeenstemmend teken, waardoor bij het in aanmerking komende publiek (degene die een woning of kamer willen huren) verwarring kan ontstaan en het publiek kan denken dat er sprake is van een onderlinge connectie tussen Rots-Vast en Rost idb Vastgoed. Aldus is er sprake van en inbreuk door gedaagde die valt onder het bereik van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE.
4.7 Door gedaagde is nog betoogd dat de verhuurbemiddeling geenszins haar hoofdactiviteit vormt en zelfs niet wordt genoemd in de omschrijving van het uittreksel van de Kamer van Koophandel, maar dit maakt een en ander niet anders. Door gedaagde is erkend dat deze handelsnaam door haar wordt gebruikt voor de verhuur van kamers en derhalve voor soortgelijke diensten. Nu als onvoldoende weersproken aannemelijk is geworden dat de Rots-Vast Groep sinds 1994 actief is onder deze naam, moet er vanuit worden gegaan dat het merk van de Rots-Vast Groep inmiddels een zeker bekendheid geniet, waardoor het gevaar voor verwarring groter zal zijn en daarmee ook het gevaar voor verwatering. Gedaagde was ook bekend met het bestaan van dit merk, in ieder geval uit hoofde van een eerdere samenwerking tussen Coppens en Rots-Vast Purmerend. Door thans een overeenstemmend teken in gebruik te nemen, pleegt gedaagde een inbreuk die valt onder sub c van artikel 2.20 BVIE.
4.13 De Rots-Vast Groep is rechthebbende op het merk ‘Rots-Vast Groep’ en voert daarnaast de handelsnaam ‘Rots-Vast’ en kan derhalve op grond van het bepaalde in artikel 5 juncto artikel 5a Handelsnaamwet opkomen tegen inbreuk op haar handelsnaam door gedaagde. Weliswaar is door gedaagde aangevoerd dat er voldoende verschillen zitten tussen de namen van de Rots-Vast Groep en haar eigen handelsnaam, maar zoals reeds hiervoor onder rechtsoverweging 4.6 en 4.7 is overwogen gaat dit betoog niet op. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er sprake van een dusdanig geringe afwijking in de naam ‘Rots idb Vastgoed’ ten opzichte van de naam ‘Rots-Vast Groep’ dat op grond daarvan gevaar bestaat voor verwarring tussen de ondernemingen bij het publiek. Beide partijen voeren hun handelspraktijk uit in dezelfde regio en via internet daarbuiten.
4.14 Ook door het gebruik van de domeinnaam www.rotsvastidbvastgoed.nl voor dezelfde diensten als waarvoor de Rots-Vast Groep handelsnaam wordt gebruikt, valt verwarringsgevaar bij het publiek te duchten. Weliswaar is een domeinnaam in beginsel niet meer dan een adres van de domeinnaamhouder, maar gedaagde gebruikt haar domeinnaam ook als handelsnaam voor haar kamerverhuuractiviteiten. Door op deze wijze gebruik te maken van haar domeinnaam maakt gedaagde eveneens inbreuk op de handelsnaam van de Rots-Vast Groep. Om die reden is het gedaagde niet toegestaan te handelen onder deze handels- en/domeinnaam voor activiteiten in de sfeer van woningverhuurbemiddeling.
4.17 Door eiseres is een proceskostenveroordeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) gevorderd. Door gedaagde is tegen de hoogte van de gevorderde proceskostenvergoeding geen verweer gevoerd. Conform de door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren (LOVC) vastgestelde uitgangspunten voor indicatietarieven in IE zaken, ziet de voorzieningenrechter mede gelet op de bijzondere aspecten van deze zaak aanleiding met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid de gevorderde proceskosten ambtshalve te matigen tot een bedrag van € 3.000,--.
Lees het vonnis hier.