EK (5 maart 2013): Behandeling wetsvoorstel wijziging wet toezicht op collectieve beheersorganisatie
18-03-2013 Print this page
Behandeling wetsvoorstel wijziging wet toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten, Handelingen Eerste Kamer, 2012-2013, 19, 5 maart 2013.
Teeven: “Het wetsvoorstel berust in wezen op zes pijlers. Ik haal ze maar even aan: meer verantwoording, bezoldigingsnormering en good governance voor de cbo's; een doelmatiger inning, beheer en verdeling van de gelden; een grondslag voor stroomlijning van het beheer in de toekomst als zelfregulering niet slaagt; toezicht op de organisaties van vrijwillig collectief beheer, zoals Stemra, NORMA en Videma; een krachtiger college dat, zoals het in de Tweede Kamer weleens wordt genoemd, forse tanden moet krijgen; een college dat vooraf toezicht op eenzijdige tariefstijgingen uitoefent en via dwangsommen en boetes corrigerend kan optreden en tot slot een onafhankelijke geschillencommissie voor een snelle en gespecialiseerde afdoening van individuele tariefkwesties achteraf.
Naar mijn oordeel is met het wetsvoorstel een goede balans gevonden tussen de noodzaak van beter toezicht, het belang van collectieve beheersorganisaties, ruimte voor zelfregulering en de wensen van het betalende bedrijfsleven. Het college van toezicht krijgt hiermee de instrumenten om erop toe te zien dat de cbo's hun werk goed doen en waar nodig verbeteren. Zelfregulering kan wat mij betreft voorop staan, maar als dat niet gebeurt, is er een grondslag om op te treden bij AMvB. Daar schept dit wetsvoorstel de mogelijkheden voor. Dat brengt mij bij de beantwoording van de vragen van de drie sprekers zoals zij gesteld hebben in eerste termijn.
(...) De heer Franken en mevrouw Duthler hebben gevraagd of ik mij bij de Europese onderhandelingen over het richtlijnvoorstel collectief beheer sterk zal maken om het acquis van de wet te behouden. Ja, dat zal ik doen. Met dit voorstel loopt Nederland voorop in de EU als het gaat om een modern stelsel van toezicht, transparantie en governance. De Eurocommissaris heeft kennisgenomen van het Nederlandse voorstel en heeft zich ook laten voorlichten over het voorstel dat vandaag in de Kamer ligt. Het richtlijnvoorstel kiest op veel punten dezelfde insteek als het wetsvoorstel. De voorzitter van de Europese Commissie heeft bij de voorbereiding van het richtlijnvoorstel ook nadrukkelijk naar het Nederlandse voorstel gekeken. Van belang is dat het richtlijnvoorstel grotendeels bestaat uit minimumharmonisatie. Dat moeten wij ook niet helemaal vergeten. Dat is nog iets anders dan er een nationale kop bovenop zetten, maar er was wel degelijk ruimte voor Nederland om te doen wat het nodig achtte. Het betekent dat het richtlijnvoorstel minder ver gaat of een andere uitwerking kiest. Nederland heeft dus de mogelijkheid om bestaande nationale wettelijke regelingen te houden, ook als die verdergaan dan de richtlijn. Die ruimte zit er wel degelijk in.”