Erik Thijssen, Enerzijds / anderzijds in Sena Performers Magazine (3, 2015)
“Vlak voor de zomer ging het wetsvoorstel Implementatie Richtlijn Collectief Beheer naar de Tweede Kamer: een aanpassing van de Nederlandse toezichtregels op collectief beheersorganisaties (CBO’s) waaronder ook Sena. Het wetsvoorstel roept diverse vragen op: hoe ver mag de overheid gaan bij het stellen van regels voor rechtenorganisaties? Past de aanpak van Nederland wel bij de wensen van de Europese Commissie? We vroegen het PvdA-woordvoerder Astrid Oosenbrug en Sena-sectievoorzitter Peter Boertje.” […]
Vraag 3
Een heet hangijzer is onder meer overheidsnormering van salarissen bij CBO’s. De Europese Richtlijn rept daar niet over. Nederland heeft het meest strenge regiem uit de Wet Normering Topinkomens van toepassing verklaard. Is dat redelijk?
OOSENBRUG: “Daar hebben we destijds een helder standpunt over ingenomen en daar blijven we ook bij. De directeur van een rechtenorganisatie doet in beginsel zijn werk voor anderen: hij beheert de rechten van artiesten en auteurs op een billijke vergoeding. Daar mag dan ook een billijke vergoeding tegenover staan, maar er zijn grenzen. Je kunt niet telkenmale (en op zich terecht) het signaal afgeven dat het slecht gaat in de markt en voor de makers vaak veel te weinig overblijft en dan zelf een onevenredig salaris binnenschrapen. Dat is moreel niet in de haak. Natuurlijk is een rechtenorganisatie formeel een private organisatie, maar het ligt toch subtieler dan dat: men heeft een taak met een groot maatschappelijk belang. De overheid heeft daarbij dan dus ook een taak. Op zich had ik gehoopt en verwacht dat met name Buma/Stemra zelf een gebaar zou hebben gemaakt door de directiesalarissen bijvoorbeeld stapsgewijs te verlagen; daarmee had men de eer aan zichzelf kunnen houden. Het is wat mij betreft jammer dat het wettelijk moest worden afgedwongen, maar het kon niet anders door het uitblijven van zelfregulering.”
BOERTJE: “Het is niet alleen onredelijk, maar het raakt kant noch wal. Het is wat mij betreft een principekwestie. Wat een bestuurder zou mogen verdienen is subjectief; is arbitrair. En dat een beter betaalde bestuurder meer capabel zou zijn is natuurlijk onzin, dat zal ik ook niet beweren. Maar: kijkend naar Sena is er volgens mij nog geen pak kopieerpapier gesubsidieerd door de overheid. Indien er een subsidierelatie zou bestaan, is het logisch dat een overheid invloed wil hebben op de uitgaven. Bij Sena echter worden private gelden uit de markt herverdeeld in de markt. Wat zou de argumentatie van een overheid dan moeten zijn om een voet tussen de deur te willen hebben? Dat CBO’s monopolisten zijn? Doen onze eigen toezichthouders en het College van Toezicht er niet toe? En hebben de aangesloten er ook niets van te vinden? Gaat Den Haag straks ook op de stoelen van onze bestuurders zitten en bepalen hoe hoog de repartitie voor ons als rechthebbenden mag worden? Dat moeten we niet willen. Laten wij nu vooral zelf uitmaken wat wij een goede beloning vinden voor onze bestuurders. Op eenzelfde manier trouwens (en misschien wel belangrijker) heb ik groot bezwaar tegen het bestaande preventieve toezicht op nieuwe tarieven, niet alleen omdat het de concurrentiepositie van Nederlandse CBO’s benadeelt, maar ook omdat het principieel te ver gaat. Preventief toezicht kan vertragend en verstikkend werken. Toezicht achteraf is gebruikelijk en geeft ook meer ruimte voor het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. We bevinden ons wat mij betreft op een hellend vlak.”
Lees hier meer.