Erwin Angad-Gaur (senior adviseur Kunstenbond vakgroep Muziek/Ntb en directeur VCTN): Niks linkse hobby’s. Sena Performers Magazine (2, 2020).
“Premier Rutte was kristalhelder, begin april, schijnbaar alweer een eeuwigheid geleden. “We moeten geen schijntegenstelling creëren tussen volksgezondheid en de economie.” Zijn goede vriend Jort moest niet te serieus genomen worden. De gezondheid gaat boven alle overwegingen.
Evengoed is er alle reden voor zorg om onze economie en met name de sectoren waarin (grote) groepen mensen samenkomen. Ook na 1 juni, wisten wij al snel, zou het leven niet snel terugkeren naar het ‘oude normaal’. Een ‘anderhalvemetersamenleving’ zal voor die sectoren nog maandenlang onwerkbaar zijn. Ook daar heeft de regering oog voor, maar niet in alle opzichten gelijkwaardig.
Verschillende economische sectoren ontvangen tot op heden een verschillende behandeling. Meestal volgens aloude lijnen. Zo ontving onder meer de KLM ferme steun. Buitenproportioneel misschien, al hechten wij als handelsnatie en doorvoerhaven naar en van Europa grote economische waarde aan onze logistiek, een traditionele prioriteit voor onze beleidsmakers, veelal boven milieubeleid of andere overwegingen verheven. De landbouwsector, de sierbloemenkwekers, ontvangt extra steun van 600 miljoen euro, liet minister Schouten half april aan de Kamer weten, ter compensatie van opgelopen verliezen. De 300 miljoen die haar collega voor Cultuur diezelfde dag trots presenteerde stak er schril bij af. De inhoud van de maatregelen des te meer: ook hier werd alleen voor het traditionele beleid met de traditionele prioriteiten gekozen. Geruchten uit het Haagse beweren dat de 300 miljoen voor Cultuur er vooral dankzij de 600 miljoen voor de landbouw kwam. Een geval van ‘Dank voor die bloemen,’ kortom. Des te pijnlijker feitelijk: gelden voor de cultuur kwamen er enkel om de gerichtheid op andere sectoren beter te kunnen verkopen. De entertainmentindustrie vormt een consistente blinde vlek in het gezichtsveld van de overheid, bleek en blijkt telkenmale opnieuw. Ook nu, in tijden van crisis. De benadering van kunst en cultuur in Nederland is politiek een ongemakkelijke. Een erfenis van vele jaren. Het frame van ‘subsidieslurpers’ en ‘elitair vermaak’ is in discussies over cultuurbeleid al te vaak leidend. Met name vanuit ‘populistisch rechts’, maar ook vanuit ‘ondernemerspartijen’ als de VVD, die beter zouden moeten weten.
De linkse politiek zet daartegenover graag de ‘intrinsieke waarde’ van cultuur, de verheffende waarde van de kunst. Een verheven narratief, dat ook de kunstwereld zelf graag uitdraagt, lobbyorganisaties als Kunsten 92 voorop. De Franse socioloog Pierre Bourdieu schreef er meerdere artikelen en boeken over: het culturele veld is te kenmerken door een demonstratieve ontkenning van de economie. L’art pour l’art. ‘Alles van waarde is weerloos.’ ‘All art is quite useless.’ Spreken over nut, inkomen en winsten doet men niet graag. […]”
Lees het artikel hier.
Illustratie: Robert Swart