FireSense moet een groot deel van haar bedrijfsdebiet weer opbouwen

14-01-2013 Print this page
B912033

Gerechtshof Amsterdam, 29 november 2012, zaaknummer 200.117.293 SKG, SenseTek B.V. c.s. tegen FireSense Benelux B.V. c.s. (met dank aan Diederik Stols, Boekx).

Onrechtmatige concurrentie. Auteursrecht. Hoger beroep in navolging op B9 12026, waarin appellante SenseTek is verboden tot 1 mei 2014 activiteiten te ondernemen in de markt van branddetectieproducten die concurreren met FireSense en geboden tot 1 mei 2014 alle werkzaamheden m.b.t. deze producten voor leverancier Kidde te staken en gestaakt te houden. De grieven van SenseTek treffen geen doel en het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Daarvoor is allereerst redengevend dat ex-werknemers van FireSense op slinkse wijze leverancier Kidde hebben benaderd om te trachten –hetgeen ook is gelukt – deze ertoe te bewegen de distributieovereenkomst met FireSense op te zeggen en in plaats daarvan met SenseTek in zee te gaan. Verder is van belang dat door vrijwel de gehele harde schijf van FireSense te kopiëren en de inhoud daarvan mee te nemen naar SenseTek, aan de hand waarvan SenseTek kon beschikken over de prijsstellingen en de klantgegevens van FireSense, zij in strijd hebben gehandeld met het geheimhoudingsbeding en  met de eisen van goed werknemerschap. Door deze handelwijze heeft SenseTek een ongerechtvaardigd voordeel behaald.

De stelling van SenseTek dat de getroffen voorziening het faillissement van SenseTek zou betekenen wordt niet gehonoreerd door het hof: FireSense heeft door de wijze van handelen van SenseTek een groot deel van haar bedrijfsdebiet verloren en zal dit weer moeten opbouwen. Daarvoor dient FireSense een bepaalde periode (tot 1 mei 2014) de gelegenheid te krijgen zonder de onrechtmatige concurrentie van SenseTek. Alleen op deze wijze kan naar het oordeel van het hof SenseTek de door hun ontoelaatbare handelwijze verkregen voorsprong worden ontnomen. Dit afwegend tegen de inkomensgevolgen voor SenseTek acht het hof de getroffen voorziening passend en geboden.

In het incidenteel beroep van FireSense acht het hof de vordering tot een voorschot op de door haar te lijden schade niet toewijsbaar: het is nog vrijwel niet te begroten wat de werkelijke schade voor FireSense zal zijn. Ook de vordering van FireSense tot verbod van de inbreuk op haar auteursrecht wordt afgewezen:

“Wil een verbod als door FireSense gevorderd, toewijsbaar zijn dan moet minst genomen aannemelijk zijn dat (ook in hoger beroep) gesproken kan worden van een dreigende inbreuk door SenseTek c.s. Dat is gelet op het concurrentieverbod waardoor SenseTek c.s. in hun handelen worden beperkt thans niet het geval, zodat reeds hierom voor toewijzing van de betrekkelijke vordering geen plaats is.”

Het hof acht tenslotte geen plaats voor toepassing van artikel 1019h Rv, omdat geen vordering op grond van rechten van intellectuele eigendom is toegewezen. Proceskosten: € 2454 aan de zijde van SenseTek(principaal beroep) en € 894 aan de zijde van FireSense (incidenteel beroep).

Lees het arrest hier.