Fiscaal recht. Innovatiebox (v/h octrooibox): Aanpassing van het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 in verband met het opnemen van een MKB-forfait voor de innovatiebox.
In het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 wordt een forfaitaire regeling opgenomen voor het bepalen van het saldo van de voordelen die kunnen worden toegerekend aan de innovatiebox. In de innovatiebox worden voordelen die voortvloeien uit innovatie – zelf ontwikkelde immateriële activa – effectief tegen een gunstig tarief belast. De in het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 op te nemen forfaitaire regeling is bedoeld om de innovatiebox toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Uit de praktijk komt het signaal dat het bepalen hoeveel voordelen aan het immateriële activum kunnen worden toegerekend, soms als moeilijk wordt ervaren. Dit betekent dat belastingplichtigen de innovatiebox pas kunnen toepassen nadat zij daarover eerst een advies inwinnen bij externe deskundigen en daarover vervolgens in overleg treden met de Belastingdienst. Dit leidt enerzijds tot relatief hoge administratieve lasten, hetgeen een reden kan zijn om de toepassing van de innovatiebox achterwege te laten. Anderzijds leidt het (voor)overleg tot uitvoeringskosten bij de Belastingdienst. Om hieraan tegemoet te komen, wordt aan belastingplichtigen de mogelijkheid geboden de voordelen die kunnen worden toegerekend aan de innovatiebox op forfaitaire wijze te bepalen.
De forfaitaire regeling houdt op hoofdlijnen het volgende in. Indien voor de forfaitaire regeling wordt geopteerd, wordt 25% van de winst aangemerkt als het saldo van voordelen uit hoofde van de immateriële activa en daarmee in de innovatiebox belast. Daarbij hoeft geen drempel in aanmerking te worden genomen. Wel is het forfaitaire bedrag gemaximeerd op € 25 000. Door de maximering zal de forfaitaire regeling vooral betekenis hebben voor het MKB. De maximering beoogt tevens zorg te dragen voor een budgettair neutraal karakter. De forfaitaire regeling heeft een optioneel karakter, waarbij elk jaar de keuze kan worden gemaakt om deze regeling al dan niet toe te passen. Om recht te doen aan het feit dat de winst uit een immaterieel activum zich meestal niet in een één jaar materialiseert, is ervoor gekozen om de winst te verdelen (fictief) over drie jaar, namelijk over het jaar waarin het immateriële activum ontstaat en de twee daaropvolgende jaren.
Lees hier meer.