B9 11736. Rechtbank ’s-Gravenhage, 4 oktober 2012, KG ZA 12-1079, Industrial Brush Company tegen Koti Industrieel en Technisch Borstelwerk B.V. en Jurenco Equipment B.V. (met dank aan Matthijs Marell & Lars Huisman, Bird & Bird).
Auteursrecht. Modellenrecht. Onkruidborstels. Uitgewerkt vonnis na eerder gepubliceerd kop/staart-vonnis (zie B9 11708), in geschil over (uit segmenten bestaande) onkruidborstels. Eiseres IBC stelt, kort samengevat dat gedaagde Koti door de verhandeling van (compatibele) borstelsegmenten inbreuk maakt op haar ingeschreven gemeenschapsmodelrechten, haar niet-ingeschreven gemeenschapsmodel alsmede op het auteursrecht ten aanzien van de (ontwerptekeningen van de) bloemborstels. Dat de vorderingen worden afgewezen was al bekend en het waarom wordt nu ook duidelijk.
Inbreuk op de modellen m.b.t. gehele borstelplaten wordt afgewezen, nu de losse segmenten van Koti een andere algemene indruk maken. Inbreuk op het model waarbij de segmenten in een bloemvorm zijn gerangschikt, met onderlinge uitsparingen (afbeelding) wordt eveneens afgewezen. De bloemvormige vormgeving is technisch bepaald (‘dit rijmt ook met de eigen reclame van IBC’) en t.a.v. de in het model opgenomen uitsparingen tussen de zes segmenten, het gestelde andere wezenlijke kenmerk van het model, geldt dat de onduidelijkheid over wat er nu precies wordt beschermd door het model (uitsparingen of niet), in beginsel ten nadele van de houdster van het model werkt: door de onduidelijke registratie wordt derhalve niet het geheel, inclusief de onderlinge separaties, beschermd.
Nu de halve-maanvormige positionering van de plukken en de uitsparingen tussen de segmenten bij de beoordeling van de algemene indruk van het model buiten beschouwing blijven, blijft er niets over dat aan het eigen karakter van het model kan bijdragen en kan van inbreuk geen sprake zijn. Hetzelfde geldt voor het door IBC ingeroepen niet-ingeschreven gemeenschapsmodel voor een enkel segment. (En zelfs als de elementen met de bepaalde separaties als geheel beschermd zouden moeten worden, dan kan de enkel verhandeling door gedaagde van de losse elementen niet als inbreuk worden gezien, aangezien indirecte inbreuk niet uitdrukkelijk geregeld is in de GMVo).
Ook van inbreuk op een auteursrecht is geen sprake. “Ook hier geldt dat de halve-maanvormige positionering van de plukken en de uitsparingen vanwege de technische bepaaldheid niet kunnen worden aangemerkt als beschermde trekken en bij de beoordeling van de totaalindruk buiten beschouwing dienen te blijven. Voor zover IBC zich beroept op het auteursrecht op de ontwerptekeningen, slaagt het niet omdat die tekeningen zien op de vormgeving van de borstelplaat an sich, en niet kan worden ingezien (en ook overigens niet is toegelicht) dat en waarom Koti c.s. met de door haar verhandelde segmenten in dat verband een voorbehouden openbaarmakings- of verveelvoudigingshandeling zou verrichten.”
Over de korte termijn waarop is gedagvaard stelt de vzr. daarnaast:
4.4. Het bezwaar van Koti c.s. wordt verworpen. Vanwege de gestelde dreigende inbreuk op een op 3 t/m 6 oktober 2012 plaatsvindende beurs, heeft de voorzieningenrechter aan IBC verlof verleend tot dagvaarding op verkorte termijn. Blijkens het door Koti c.s. gevoerde verweer ter zitting (aan de hand van 18 producties en een 27 pagina’s tellende pleitnota), is zij er in de – inderdaad – beperkte tijd niettemin zeer wel in geslaagd zich gemotiveerd tegen de vorderingen te verzetten, zodat niet gezegd kan worden dat Koti c.s. in haar verdediging is geschaad. Dat het verweer mogelijk nog uitgebreider had kunnen zijn, doet daaraan niet af.
Lees het vonnis hier.