B9 11853. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 14 november 2012, LJN: BY3465, Eisers tegen Maxfurn b.v. c.s .
“Op geen enkele wijze is onderbouwd wat er nieuw en origineel zou zijn aan de ontwerpen en de daaraan ten grondslag liggende filosofie”
Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Niet-nakoming vaststellingsovereenkomst. Stoelenbranche. ‘Oud-werknemer A vordert van oud-werkgeefster B nakoming van een vaststellingsovereenkomst. B stelt dat A inbreuk maakt op haar auteursrecht c.q. haar slaafs navolgt m.b.t. de stoelen de stoelen Elvis, Elise, Kappa, Paddy, Cordo en Bari en dat hij haar onrechtmatig beconcurreert en handelt in strijd met post-contractuele verplichtingen. B stelt dat zij niet hoeft te betalen en doet beroep op een bevrijdend artikel uit de vaststellingsovereenkomst. B vordert in reconventie eveneens een verbod op inbreuk auteursrecht en/of slaafse nabootsing en/of iedere andere vorm van oneerlijke mededinging. De vordering van A wordt toegewezen, de vordering van B in reconventie wordt afgewezen.´
4.3. Naar het oordeel van de rechtbank komt aan geen van de litigieuze stoelen van Maxfurn en [gedaagde 2] auteursrechtelijke bescherming toe. Maxfurn en [gedaagde 2] hebben op geen enkele wijze onderbouwd wat er nieuw en origineel zou zijn aan de ontwerpen en de daaraan ten grondslag liggende filosofie. Het mag zo zijn dat stoelen in het algemeen een aantal functionele kenmerken (vier poten, een zitting, een rugleuning (en armleuningen)) hebben om als stoel te kunnen fungeren, dat neemt niet weg dat de vrijheid om die functionele kenmerken op originele wijze vorm te geven zeer ruim is, zoals uit de vormgevingsgeschiedenis (maar niet uit de ontwerpen van (Maxfurn en) [gedaagde 2]) blijkt.
Blijkens door [eisers] in het geding gebrachte foto’s zijn alle door [gedaagde 2] toegepaste vormgevingselementen al ooit eerder door anderen toegepast. Het enkele feit dat de ontwerpen van [gedaagde 2] ontstaan door het combineren van verschillende vormgevingselementen en dat daarbij keuzes worden gemaakt, maakt nog niet dat sprake is van oorspronkelijkheid en/of een intellectuele schepping van de maker. Van geen van de stoelen van Maxfurn en [gedaagde 2] kan gezegd worden dat zij ten opzichte van oudere modellen opvallen door originaliteit of een eigen karakter. De vormgeving van de stoelen Cordo en Bari, waarvan Maxfurn stelt dat zij de auteursrechten heeft verworven van IBG Nederland BV, is zelfs banaal te noemen. Voorts hebben Maxfurn en [gedaagde 2], gelet op de betwisting van de zijde van [eisers] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van “makerschap” in de zin van het auteursrecht. Dit betekent dat alle vorderingen van Maxfurn en [gedaagde 2] die zijn gebaseerd op de gestelde inbreuk op hun auteursrechten zullen worden afgewezen.
4.5. (…) Vast staat dat de stoelen van [eiser 1], behalve de Rosa en de Oris, op meerdere onderdelen verschillen vertonen met de stoelen van Maxfurn en [gedaagde 2]. Aldus hebben [eisers] voldoende afstand genomen van de niet door originaliteit of een eigen karakter opvallende stoelen van Maxfurn en [gedaagde 2]. Nu de vormgeving van de volgens Maxfurn en [gedaagde 2] met de Rosa en de Oris nagebootste stoelen Cordo en Bari banaal te noemen is, zoals hiervoor overwogen, kan niet gezegd worden dat de Cordo en de Bari onderscheidend vermogen hebben. Maxfurn en [gedaagde 2] hebben onvoldoende aangevoerd om verwarringsgevaar aan te nemen. Dit betekent dat alle vorderingen van Maxfurn en [gedaagde 2] die zijn gebaseerd op de gestelde slaafse nabootsing zullen worden afgewezen.
4.7 (…) Partijen hebben ervoor gekozen om in artikel 7 onder b van de vaststellingsovereenkomst het voorheen voor [eiser 1] geldende non-concurrentiebeding te laten vallen en slechts een beperkt relatiebeding op te nemen. De handel in stoelen is bewust niet aan [eisers] verboden; ook niet de soort stoelen die zij nu verkopen. Als Maxfurn en [gedaagde 2] hadden willen voorkomen dat [eiser 1] in dezelfde branche met dezelfde producten werkzaam zou zijn, hadden zij een andere inhoud van de vaststellingsovereenkomst kunnen en moeten bedingen. Dat zij dachten dat [eiser 1] iets in de verhuur van bedrijfspanden of de autobranche zou gaan doen, is weinig relevant; tussen partijen is zelfs overeengekomen dat een beroep op nietigheid is uitgesloten. Daargelaten de rechtsgeldigheid van een dergelijk uitsluitingsbeding in een overeenkomst als de onderhavige, bevestigt dit eens te meer dat de tekst van de vaststellingsovereenkomst maatgevend moet zijn voor wat [eiser 1] wel en niet is toegestaan.
Lees het vonnis hier.