Geen toelaatbare transitohandel na omzetten douane-status

14-11-2012 Print this page

B9 11835. Rechtbank ’s-Gravenhage, 14 november 2012, gevoegde zaken HA ZA 11-1335, Bacardi tegen J. c.s. (hoofdzaak) en HA ZA 11-2683, J. c.s. tegen Seva Trading (vrijwaringszaak). Met dank aan Mark Tsoutsanis en Paul Wezelenburg, RWV Advocaten.

Merkenrecht. Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring in geschil over parallelimport van Bacardi rum. Bacardi stelt in de hoofdzaak dat gedaagden zonder toestemming een uit de VS afkomstige partij Bacardi Superior in de EER in de handel hebben gebracht. In de vrijwaringszaak stelt  J. c.s. dat de producten haar zijn geleverd door Seva en dat Seva jegens J. tekort is geschoten, omdat ook de verkoop door Seva al inbreuk zou hebben opgeleverd en Seva derhalve ‘verboden waar’ zou hebben geleverd die niet vrij verhandeld kan worden. De rechtbank wijst de vorderingen in de hoofdzaak toe en de vorderingen in de vrijwaringszaak af.

Het verweer dat er sprake zou zijn van toelaatbare transitohandel faalt. Tijdens de zitting heeft J. c.s verklaard dat hij op advies van Loendersloot, het douane-entrepot waar de producten waren opgeslagen) de douanestatus heeft laten omzetten van T1 naar T2 onder schorsing van accijns, om deze aldus binnen de EER te kunnen verhandelen. Niet betwist is dat de goederen hierdoor communautaire goederen zijn geworden die zich in het vrije verkeer van de EG bevinden. De verhandeling van de partij door gedaagde S. geldt derhalve niet als transitohandel en leidt tot van merkinbreuk. (zie over de douanestatus ook  prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU zijn gesteld door  in Hof Den Haag 30 oktober 2012, B9 11796).

Ook het aanbieden van Bacardi-producten door gedaagde Sandostine, via onder meer een (mede) op de EG gerichte website, geldt als merkinbreuk. Met betrekking tot de gevorderde winstafdracht stelt de rechtbank daarbij voldaan is aan de vereiste van kwade touw, nu dat sprake is van moedwillige en opzettelijk gepleegde inbreuk.

De gevorderde overdracht van de voorraden om niet wordt afgewezen. “Het recht op afgifte (zonder verwijdering/vernietiging) komt Bacardi slechts toe bij wijze van schadevergoeding, maar Bacardi vordert geen schadevergoeding middels afgifte.”(5.18).

In de vrijwaringszaak oordeelt de rechtbank dat Seva de partij onder de douanestatus T1 heeft verkocht. Die status is pas later gewijzigd.  “Dit betreft aldus niet-communautaire goederen ten aanzien waarvan met de verkoop door Seva aan S. geen merkenrechtelijk relevante handeling is verricht.”(5.23).

1019h proceskosten J. c.s. respectievelijk €6.045,50 en €13.249,45.

Lees het vonnis hier.