Geen verwarringsgevaar tussen Klict en Qlict

07-12-2012 Print this page

B9 11923. Vzr. Rechtbank Almelo, 22 november 2012, LJN: BY5499, Klict B.V. tegen Qlict B.V.

Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Eiseres Klict houdt zich bezig met training, advies en (bij)scholing op het gebied van ICT, alsmede met de levering van ICT producten. Klict is houdster van het woordmerk KLICT en heeft de website klict.nl geregistreerd. Gedaagde Qlict houdt zich bezig met software consultancy en onderwijs op het gebied van informatietechnologie en gebruikt hiervoor de domeinnaam qlict.nl. Klict vordert een gebod om iedere inbreuk op haar merk- en handelsnaamrechten te staken en gestaakte te houden.

De voorzieningenrechter oordeelt allereerst dat het enkele stilzitten van een rechthebbende van een subjectief recht (eiseres Klict was al vanaf 2006 op de hoogte van het bestaan van Qlict) niet maakt dat het spoedeisend belang komt te vervallen. Dit kan alleen anders zijn wanneer geen sprake lijkt te zijn van verwarring en daardoor ook niet aannemelijk lijkt dat Klict schade lijdt of zal lijden. De vorderingen van eiseres op grond van handelsnaamrecht worden afgewezen, nu gedaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat geen sprake is van verwarring en dat dit ook niet te duchten valt. Het bestanddeel “ict” in beide namen heeft namelijk zowel visueel als auditief weinig onderscheidend vermogen, want het is beschrijvend als veelgebruikte verwijzing naar computer en internetgebruik.  Verder bestaat het in aanmerking te nemen publiek uit bovengemiddeld geïnformeerde professionele marktpartijen, waarbij eiseres en gedaagde zich overigens op verschillende klantcategorieën richten (leraren v ICT-monteurs), en is er geen concreet geval van verwarring bekend.

Ook het beroep van Klict op haar merkrecht wordt verworpen: de mate van overeenstemming tussen de tekens is te gering om verwarringsgevaar te kunnen aannemen bij het eerdere genoemde bovengemiddeld geïnformeerde publiek. Klict heeft tevens onvoldoende aangetoond dat gedaagde met gebruik van het teken ‘Qlict’ ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk van Klict.

Nu niet aannemelijk is dat eiseres schade heeft geleden of zal lijden, vervalt het belang bij de door haar gevorderde voorzieningen. In dat kader acht de voorzieningenrechter van belang dat partijen al geruime tijd van elkaars bestaan en activiteiten op de hoogte zijn en verwarring in al die jaren – kennelijk – niet aan de orde is geweest.

Lees het vonnis hier.