Geen zaak? De positie van de gedaagde bij een ingetrokken (IE-)kort geding

09-10-2013 Print this page
B912550

Daan de Lange (Brinkhof), Geen zaak? De positie van de gedaagde bij een ingetrokken (IE-)kort geding. Een pleidooi voor vergoeding van de daadwerkelijke proceskosten van de gedaagde. Verschenen in Berichten IE september 2013, p. 266 - 275.

"39. Naar mijn mening kan naast art. 249 lid 2 Rv art. 1019h Rv een tweede grondslag vormen voor vergoeding van de door gedaagde gemaakte proceskosten in een ingetrokken IE-kort geding. Deze bepaling schrijft voor dat de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd wordt veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van de in het gelijk gestelde partij. Het is de implementatie van art. 14 van de Handhavingsrichtlijn.

40. Moet de eiser als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd wanneer hij de door hem aangespannen zaak intrekt? Naar mijn mening wel. Ik zie geen goede reden de eiser niet als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. De eiser trekt éénzijdig de zaak in, waarmee hij dus te kennen geeft dat hij van zijn eis afziet. De zaak eindigt zonder dat de vorderingen van de eiser (ook maar gedeeltelijk) zijn toegewezen. Materieel is het eindresultaat niet anders dan als de rechter alles had afgewezen. In beide gevallen staat de eiser met lege handen. Hij moet dus materieel als de verliezende partij worden beschouwd.

41. Men zou hiertegen in kunnen brengen dat er in het geval van intrekking van de zaak geen rechterlijke uitspraak is geweest en er dus ook niet kan worden gesproken over een partij die in het ongelijk is gesteld. Dit argument spreekt mij niet aan. Het zou bij toepassing van art. 1019h Rv om de materiële uitkomst van het geschil moeten gaan. Als de eiser niet krijgt toegewezen waarvoor hij de procedure is begonnen, dan is hij de verliezer. Dan maakt het niet uit als de rechter hem zijn vordering ontzegt, of dat hij zelf voortijdig de handdoek in de ring gooit, door zijn zaak in te trekken of bijvoorbeeld zijn vordering tot nihil te reduceren. De verplichting tot het betalen van de werkelijke proceskosten zou worden gefrustreerd als de eiser bij het voortijdig intrekken van de zaak de proceskosten vab de gedaagde niet hoefde te vergoeden."

Lees hier meer.