Gelegenheid tot opmerkingen bij HR over vragen inzake proceskosten-vergoeding bij intrekken KG

29-12-2015 Print this page
B914187

Uit het persbericht: “Rechtbank Den Haag, 10 juli 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:8082).

Zaaknummer Hoge Raad 15/03154.

Hoewel partijen de zaak inmiddels hebben geschikt, heeft de Hoge Raad besloten de vragen toch te beantwoorden (art. 393 lid 9 Rv).

De vragen stellen aan de orde of/wanneer na intrekking van een kort geding aanleiding bestaat tot het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Ze kunnen als volgt worden samengevat:

Zijn de artikelen 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing in KG?

Hoe verhouden die bepalingen zich in dat geval tot elkaar?

Hoe moet art. 249 lid 2 Rv worden toegepast?

Maakt het verschil of het gaat om 1019h Rv?

Is griffierecht verschuldigd?

Gelding van art. 9 Procesreglement; is overgangsrecht nodig?

Status: Derden kunnen tot 4 januari 2016 verzoeken gelegenheid te krijgen schriftelijke opmerkingen in te dienen. Ze moeten daarvoor een advocaat bij de Hoge Raad inschakelen (art. 393 lid 2 en 3 Rv).”

Het betreft de zaak IEPT20150710, Rb Den Haag, Wieland v GIA, die eerder is gepubliceerd op Boek9.nl