Geschil tussen Anne Frank Fonds en Anne Frank Stichting

23-11-2012 Print this page

B9 11872. Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2012 LJN: BY3928, Stichting Anne Frank Fonds (Basel) tegen Anne Frank Stichting (Amsterdam). Auteursrecht.

Geschil over de gestelde eigendom, auteursrechten en teruggaveverplichting met betrekking tot brieven, documenten en foto's die gesteld eigendom zijn van het Anne Frank Fonds en in het kader van een samenwerking (De Anne Frank Archieven) in bruikleen zijn gegeven aan de Anne Frank Stichting. De rechtbank houdt de zaak aan om partijen gelegenheid te geven om zich nader uit te laten over de eigendom van de gevorderde objecten, maar oordeelt dat het door eisers gestelde geschonden vertrouwen in de Stichting een voldoende zwaarwegende grond vormt voor opzegging van de bruikleenovereenkomst voor onbepaalde duur. Partijen wordt  eveneens gelegenheid gegeven om zich uit te laten over een redelijke opzegtermijn van de bruikleenovereenkomst en de redelijke kosten ter vergoeding van eisers aan de Stichting.

Het Fonds, opgericht door de vader van Anne Frank,  en de heer [B], het laatste levende familielid dat Anne Frank nog persoonlijk heeft gekend, is de huidige voorzitter van het Fonds zijn eigenaar van vele objecten, zoals brieven, documenten en foto’s, die direct of indirect betrekking hebben op het leven van Anne Frank (die in de uitspraak overigens is geanonimiseerd tot [A]),  en haar familie. Vast staat dat partijen rond 2007 de wens hadden om alle archieven die verband  hielden met de familie Frank, professioneel op één plek te beheren en integraal te ontsluiten. Partijen hebben om die reden het plan opgevat om hun archieven samen te voegen tot één archief, de Anne Frank Archieven, dat door de Stichting zou worden beheerd en ontsloten. Eisers hebben de Anne Frank archieven in 2007 feitelijk aan de Stichting hebben overgedragen en dat partijen hebben gesproken over het op schrift zetten van een bruikleenovereenkomst. Eiseres vordert i.c. teruggave van de objecten.

Op basis van ‘de thans voorliggende stukken’ kan naar oordeel van de rechtbank echter  niet eenduidig kan worden vastgesteld bij wie de eigendom van de gevorderde objecten ligt en de rechtbank stelt partijen in de gelegenheid om hun standpunt ten aanzien van de eigendom nog nader toe te lichten. Wel concludeert de rechtbank dat partijen zich vanaf 2007 zich over en weer hebben gedragen als bruikleengever en bruikleennemer en dat ondertekening van de bruikleenovereenkomst enkel in afwachting was van een oplossing van het interne geschil aan de zijde van eisers. De Stichting mocht er daarom op vertrouwen dat de wil van eisers evenals die van de Stichting gericht was op het aangaan van een bruikleenovereenkomst. “Deze overeenkomst is, gelet op de uitvoeringshandelingen betreffende de essentialia daarvan door beide partijen, ook daadwerkelijk tot stand gekomen. Anders dan gesteld door eisers, doet daaraan in de onderhavige situatie niet af dat de definitieve bruikleenovereenkomst nimmer is ondertekend.”

De rechtbank is daarbij van oordeel dat de genoemde wijze van samenwerken tussen partijen, waarbij eisers hun onvervangbare archieven met grote cultuurhistorische waarde om niet aan de Stichting hebben uitgeleend, van partijen een groot vertrouwen in elkaar vraagt. Gelet op deze bijzondere aard van de overeenkomst, waarbij het bewaren en beheren van dit cultuurhistorisch erfgoed van Anne Frank in handen van de Stichting is gelegd, is de rechtbank van oordeel dat instandhouding van de overeenkomst zonder vertrouwensbasis niet van eisers kan worden verwacht. De rechtbankacht het door eisers gestelde geschonden vertrouwen in de Stichting dan ook een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging van de overeenkomst.

M.b.t. de beantwoording van de vraag wat wel een redelijke opzegtermijn is en wat redelijke kosten zijn ter vergoeding van eisers aan de Stichting houdt de rechtbank de zaak aan om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over hun belangen in dit verband.

Lees het vonnis hier.