Het ‘Wetsvoorstel open overheid’ in het licht van artikel 10 EVRM

29-04-2014 Print this page
B912923

Mediaforum 2014-4, p. 110-113, Wouter Hins: "De opstellers van het ‘Wetsvoorstel open overheid’ hebben zich laten inspireren door onder meer artikel 10 EVRM en daarop gebaseerde jurisprudentie. In deze bijdrage worden drie belangrijke wijzigingen ten opzichte van de huidige Wob onderzocht. Geven deze wijzigingen een goede uitvoering aan het Europese recht? [...]

Op een ander onderdeel roept het wetsvoorstel vragen op. Waarom strekt het zich niet uit tot organen die met rechtspraak zijn belast? Het TASZ-arrest had juist daarop betrekking. Daar staat tegenover dat het verdrag van Tromsø rechterlijke organen alleen als overheid behandelt voor zover zij bestuurlijke maatregelen nemen. De memorie van toelichting geeft slechts een summiere verklaring waarom organen met rechtspraak belast een bijzondere positie houden. ‘Voor hen gelden voldoende andere regels om openbaarheid en transparantie te garanderen. In de praktijk zijn bovendien geen of nauwelijks problemen geconstateerd’, aldus de toelichting. [...]

Absolute uitzonderingsgronden passen niet in het systeem van artikel 10, tweede lid, EVRM. In het vereiste dat een beperking ‘noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving’, ligt immers een proportionaliteitstoets besloten. Men zou kunnen zeggen dat de wetgever bij het formuleren van de absolute uitzonderingsgrond in abstracto een belangenafweging heeft verricht. Vervolgens kwam de wetgever tot de conclusie dat bepaalde belangen zo zwaar wegen dat zij altijd voorrang hebben boven het belang van openbaarheid. Het EHRM toetst de noodzakelijkheid van een beperking van de uitingsvrijheid echter op een andere manier."