Het bewarend beslag wordt gehandhaafd, ook nadat het octrooi is vervallen
16-03-2015 Print this page
Rb van Koophandel Antwerpen, 3 februari 2015, GBT v Ajinomoto
Procesrecht. Octrooirecht. Samenvatting advocaten: "[...] In de procedures die op het beslag inzake namaak volgen, argumenteren GBT & Co. dat de beslagen lysine niet meer zou kunnen worden verdeeld na mei 2009 gelet op de uiterste houdbaarheid tot eind 2009. Zij hebben dan ook verscheidene keren, zonder succes, geprobeerd om de bewarende maatregelen te doen opheffen. De procedure ten gronde is thans nog steeds hangende. Ajinomoto’s octrooi is echter vervallen sinds 28 november 2014. Daarom en ondanks het feit dat de lysine reeds een half decennium onverdeelbaar is, eisten GBT en Oostvogels de onvoorwaardelijke opheffing van het bewarend beslag vanaf 29 november 2014. Gezien Ajinomoto slechts toestemde met de opheffing van de beslagmaatregelen met het oog op de vernietiging van de lysine, dagvaarden GBT en Oostvogels Ajinomoto voor de rechter die het beslag inzake namaak in 2008 had toegekend. Op 3 februari 2015 heeft de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen deze vordering echter afgewezen.
In zijn uitspraak, benadrukte de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen ten eerste het dubbele doel van een beslag inzake namaak, met name dat het hoofdzakelijk is gericht op het verkrijgen en veilig stellen van het bewijs van namaak in het licht van de procedure ten gronde. Een bijkomstig doel is de bescherming van de bedreigde rechten door beslagmaatregelen op te leggen aan de beweerde namaker.
Vervolgens besloot de Voorzitter dat in het geval van een veranderde omstandigheid, het opnieuw toekomt aan de rechter om na te gaan of de voorwaarden die aanleiding hebben gegeven tot het toestaan van de maatregelen nog aanwezig zijn. Hierbij maakte de Voorzitter een duidelijk onderscheid tussen de beschrijvende en bewarende beslagmaatregelen. Beschrijvende maatregelen (op basis van artikel 1369bis/1 §3 Ger.W.) vormen een momentopname van een bepaalde situatie. Om deze maatregelen te verkrijgen, moeten de voorwaarden (m.n. het bestaan van een ogenschijnlijk geldig octrooi en een (dreigende) inbreuk op het ingeroepen intellectueel eigendomsrecht) vervuld zijn op het moment van het neerleggen van het verzoekschrift. Indien echter het octrooi al zou vervallen zijn op het ogenblik van het neerleggen van het verzoekschrift, kunnen beschrijvende maatregelen volgens de Voorzitter toch nog worden toegekend zolang de beschrijving betrekking heeft op een inbreuk die werd gepleegd wanneer het intellectueel eigendomsrecht nog niet was vervallen. [...]
In casu heeft de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen de hierna weergegeven omstandigheden en belangen in rekening gebracht om te oordelen dat de bewarende maatregelen moeten worden gehandhaafd:
- Het bestaan van een consequent gehandhaafde vordering tot vernietiging van de goederen in de bodemprocedure. Deze was al ingesteld bij het begin van de procedure en werd bestendigd in beroep. Met andere woorden, de vordering kan niet als opportunistisch of last-minute worden beschouwd louter ter handhaving van de bewarende maatregel ;
- Een potentieel en onterecht concurrentieel voordeel voor de beweerde inbreukmaker doordat hij onmiddellijk, vanaf de datum van vervalverklaring, zou kunnen beschikken over producten geproduceerd op basis van een vermeend beschermd productieproces door deze al in te voeren op het grondgebied gedurende de beschermingsperiode van het octrooi ;
- Het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid door het commercialiseren van additieven voor dierenvoeding die, volgens de beslagen partijen zelf reeds waren vervallen in 2009 ; en
- Het feit dat het bestendigen van het beslag geen bijkomende schade berokkent aan de logisitieke onderneming, gezien deze reeds sinds 2008 systematisch werd vergoed door GBT.
De Voorzitter besloot dus dat het op de dag van vandaag nog steeds duidelijk was dat de belangen van de beslagen partijen niet zwaarder doorwegen dan de andere betrokken belangen.
Voor zover wij weten is dit de eerste keer dat een Belgische rechtbank deze rechtsvraag beantwoord. Het antwoord van de Antwerpse rechter is duidelijk: eenmaal de (dreigende) inbreuk op een ogenschijnlijk geldig subjectief recht wordt vastgesteld, zal het beschrijvend luik van een beslag inzake namaak niet meer kunnen worden beïnvloed door het vervallen van het octrooi; met betrekking tot het bewarend luik heeft de rechter een aanzienlijke beoordelingsvrijheid om rekening te houden met veranderde omstandigheden en met alle relevante (economische of andere) belangen tijdens zijn beoordeling over het al dan niet opheffen van het beslag na het verval van het octrooi."
Lees hier meer. Lees de beschikking hier.