"Het dagboek van Anne Frank" en "Het achterhuis" missen onderscheidend vermogen als merk

11-10-2013 Print this page
B912558

Hof van Beroep Brussel, 3 oktober 2013, Anne Frank-Fonds v BBIE.

Merkenrecht. Hoger beroep tegen de weigering van het BBIE om de woordmerken “Het dagboek van Anne Frank” en “Het achterhuis” in te schrijven voor de klassen 9, 16, 39 en 41 (waaronder DVD’s, tijdschriften en theatervoorstellingen) wegens het beschrijvende karakter van de tekens en het gebrek aan onderscheidend vermogen.

Het hof oordeelt dat de tekens geen onderscheidend vermogen hebben: geconfronteerd met de tekens voor de producten of diensten waarvoor de inschrijving is aangevraagd, zal de consument meteen denken aan het oeuvre van Anne Frank, dat wereldwijd bekend is, zoals het is opgenomen in een boek, DVD of ander fysiek medium, of in een theatervoorstelling. De consument zal de tekens niet opvatten als een herkomstaanduiding van de onderneming die bedoelde producten of diensten aanbiedt. Omdat de tekens onderscheidend vermogen missen, komt het hof niet toe aan het stellen van de voorgestelde prejudiciële vraag van AFF aan het HvJEU en is het voorts weinig zinvol om na te gaan of de tekens beschrijvend zijn.

Het hof geeft wel aan dat het onwenselijk is bovenstaande (beschrijvende) tekens in te schrijven. Hierdoor zou het AFF een eeuwigdurende monopolie op dit oeuvre hebben, dat behoort tot het universele culturele erfgoed, en zou het voor anderen onmogelijk worden het oeuvre onder de oorspronkelijke titel te publiceren. Bovendien kan niet aanvaard worden dat een dergelijke monopolie toekomt aan een ander dan de erfgenamen van de auteur van deze creatie. Dat AFF haar merkaanvrage heeft beperkt en geen inschrijving voor de waren van klasse 16 meer vraagt, doet niet af aan bovenstaande oordelen van het hof. Deze beoordeling geldt voor alle betrokken waren en diensten. Het hof wijst de vorderingen af.

Lees de arresten hier ("Het dagboek van Anne Frank") en hier ("Het achterhuis").