B9 11810. Wim Maas, Deterink Advocaten: Elektrisch rijden en Intellectueel Eigendom.
Over duurzame geluidsmerken: (…) De voordelen van het rijden op elektriciteit zijn bekend: het is goedkoper en minder belastend voor het milieu. Maar er zijn ook nadelen. Bij rijsnelheden tot ongeveer 20 km/u maakt een elektrisch aangedreven personenauto vrijwel geen geluid. (…) Autofabrikanten zien in deze ontwikkeling een mooie kans om aan hun auto’s (nog) meer onderscheidend vermogen te geven. Voor merken zoals bijvoorbeeld BMW zou het immers fantastisch zijn als hun auto’s al op afstand aan het (kunstmatige) motorgeluid te herkennen zijn. De kunst is om een herkenbaar en prettig geluid te creëren om het automerk niet alleen via de vormgeving en de prestatie, maar ook via het geluid van de auto nog verder te onderscheiden van de andere merken.
(…) Voor die gevallen waarin een fabrikant er bewust voor kiest om een bepaald kunstmatig motorgeluid als standaard in te voeren voor een of meerdere productseries verdient het de overweging om ook merkenrechtelijke bescherming aan te vragen. Het Hof van Justitie van de EU heeft reeds in 2003 bepaald dat klanken – en dus geluid – ook merkenrechtelijk beschermd kan worden. Ook een klank zou in de perceptie van het publiek kunnen dienen ter onderscheiding van waren of diensten. Dat zou mijns inziens ook kunnen gelden voor het kunstmatige motorgeluid van een elektrische auto. Het voordeel van merkenrechtelijke bescherming is dat deze bescherming eeuwigdurend is, mits er elke 10 jaar een vernieuwingstaks wordt betaald. Deze vorm van bescherming zou recht doen aan de rol die kunstmatige motorgeluiden naar verwachting in de toekomst gaat innemen bij de branding voor autofabrikanten. Maar er is een praktisch probleem bij merkbescherming voor geluiden.”
Lees het gehele artikel hier.