'Het recht op een billijke vergoeding, een beschouwing over de aard van het recht op een billijke vergoeding in de Auteurswet'. IER 2016/27, p. 190-198, R.J.F. Wigman en M. Teunissen:
"Er is al veel geschreven over de billijke vergoeding in de Auteurswet. Steeds ging het over de vraag wat onder billijk moet worden verstaan en hoe de billijkheid van de vergoeding wordt vastgesteld, of over de ratio van de billijke vergoeding: vergoedingsaanspraak versus het opgeven van een verbodsrecht of iustum pretium vanwege een overdracht. Er is echter nog geen aandacht geweest voor de (vermogensrechtelijke) aard van het recht zelf.
De vraag naar de vermogensrechtelijke aard van dit recht is (weer) opgekomen door de wijziging van de Auteurswet ingevolge de Wet Auteurscontractenrecht. (...) Het verdwijnen van de woorden ‘of hun rechtverkrijgenden' prikkelt tot gedachten over de (vermogensrechtelijke) aard van het recht op een billijke vergoeding en de vraag of met het verdwijnen van deze woorden enige betekenisverandering is bedoeld, dan wel of het verdwijnen van deze woorden tot verandering in de vermogensrechtelijke status van het recht op een billijke vergoeding heeft geleid. (...)"