HvJEU geeft Commissie gelijk met betrekking tot het besluit van de Raad inzake toetreding EU tot Akte van Genève

08-12-2022 Print this page
B916466

In haar arrest van 22 november heeft het Hof geoordeeld dat artikel 3 en 4 van de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenaming en geografische aanduidingen nietig worden verklaard.

 

BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMINGEN EN GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

 

De Commissie had de zaak voorgelegd naar aanleiding van een besluit van de Raad van de Europese Unie. Artikel 3 van dat besluit stelt dat lidstaten die dat wensen gemachtigd worden om naast de Unie ook zelf de Akte van Genève te ratificeren of toe te treden. In artikel 4 staat dat zowel de Unie als de lidstaten die zelf geratificeerd hebben of toegetreden zijn, worden vertegenwoordigd door de Commissie.

De Commissie vroeg om nietig verklaring van artikel 3 en, voor zover het de lidstaten betreft, artikel 4 op grond van hun exclusieve bevoegdheid.

 

De Raad verzocht het Hof om het beroep in zijn geheel niet-ontvankelijk te verklaren, subsidiair het beroep geheel ongegrond te verklaren. Hiervoor stelde de Raad onder andere dat artikel 3 niet los gezien kan worden van het besluit en derhalve niet nietig verklaard kan worden. Het Hof ging hier niet in mee en stelde dat uit objectief oogpunt volgt dat artikel 3 wel afscheidbaar is.

 

De Commissie droeg aan dat zij nooit heeft voorgesteld of aanvaard om lidstaten te machtigen, maar slechts heeft voorgesteld dat de Unie tot die akte toetreedt. Hierin werd zij door het Hof gelijk gesteld.

 

Het Hof heeft derhalve artikel 3 en, voor zover het de lidstaten betreft, artikel 4 nietig verklaard en de Raad verwezen in de kosten.

 

Zaak C-24/20

ECLI:EU:C:2022:911