Implementatie Leesgehandicaptenrichtlijn: nota naar aanleiding van verslag voorbereidend onderzoek commissie Justitie en Veiligheid

Print this page 11-06-2018
B915441

Wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet ter implementatie van Richtlijn (EU) 2017/1564 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2017 inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van bepaalde werken en ander materiaal die door het auteursrecht en naburige rechten beschermd zijn ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEU L242/6), alsmede ter uitvoering van Verordening (EU) 2017/1563 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2017 inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde werken en ander materiaal die door het auteursrecht en naburige rechten beschermd zijn ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben (PbEU L242/1) (Wet ter implementatie leesgehandicaptenrichtlijn en ter uitvoering leesgehandicaptenverordening)

 

NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

 

Ontvangen 7 juni 2018

 

[…]

 

De leden van de VVD-fractie vragen naar aanleiding van het Leesgehandicaptenverdrag naar de informatie die de Kamer krijgt over rechtstreeks werkende bepalingen in verdragen (vgl. de artikelen 93 en 94 van de Grondwet). Zij wijzen op artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet tot goedkeuring en bekendmaking van verdragen waaruit volgt dat de Staten-Generaal geïnformeerd wordt over dergelijke bepalingen. Zij vragen of bij verdragen waarvoor de Europese Unie exclusief bevoegd is om tot ratificatie over te gaan, de regering bereid is om aan te geven of die verdragen bepalingen kennen die een ieder kunnen verbinden.

Artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet tot goedkeuring en bekendmaking van verdragen is van toepassing wanneer een wet ter goedkeuring van een verdrag aan de Staten-Generaal wordt voorgelegd. Uit de memorie van toelichting bij het voorstel van Rijkswet waarmee dit lid is ingevoegd in de Rijkswet (Kamerstukken II, 34 158 (R 2048), nr. 5), blijkt dat de bedoeling was de democratische legitimatie bij het sluiten, wijzigen en opzeggen van verdragen met een ieder verbindende bepalingen te vergroten, en om de rechter meer houvast te bieden bij de interpretatie van verdragsbepalingen. Een ieder verbindende verdragsbepalingen hebben rechtstreekse werking. Dit houdt in dat burgers en bedrijven bij de rechter rechtstreeks een beroep op deze bepalingen kunnen doen waarna de rechter toetst of nationale wetgeving in overeenstemming is met deze een ieder verbindende verdragsbepalingen.

 

[…]

 

Lees de volledige nota hier.