B9 11986. Vzr. Rechtbank Amsterdam, 21 december 2012, KG ZA 12-1536 HJ/EB, Buma & Philips tegen H.J. Heinz B.V. (met dank aan Arnout Groen, Hofhuis Alkema Groen Advocaten en Diederik Stols, Boekx Advocaten).
Weliswaar is onvoldoende vast komen te staan dat de melodie van het liedje voldoende oorspronkelijk is en in voldoende mate afwijkt van het oud-Hollandse liedje ‘Het regent, het regent, de pannetjes worden nat’, maar onbetwist is dat Philips rechthebbende is m.b.t. de tekst.
Auteursrecht. Vonnis in het mediagenieke geschil over de auteursrechten ophet door gedaagde Heinz (de eigenaar van het merk Venz) gebruikte reclame liedje “Het regent, het regent, grote korrels Venz.” Inbreuk aangenomen, maar geen algemeen uitzendverbod. Eiseres Philips stelt dat zij in 1970 als freelancer in opdracht van een reclamebureau de tekst van het liedje heeft bedacht. Zij heeft daarvoor destijds een vergoeding van fl. 400,00 ontvangen. Tot en met de jaren ’80 is het Hagelledje vervolgens veelvuldig gebruikt.
Gedaagde Heinz heeft in 2012 de televisiereclame in een nieuw jasje gestoken en ‘wederom gebruik gemaakt van het liedje’. Heinz heeft daartoe toestemming gevraagd aan Buma-Stemra, waar Joop Stokkermans als rechthebbende op de tekst en muziek stond geregistreerd. Eiseres heeft het hagelliedje in 2012 aangemeld als haar werk en heeft met Stokkermans een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin Stokkermans instemt met de doorhaling van zijn naam als tekst- en muziekdichter van het Hagelliedje. Tussen Heinz en Philips zijn vervolgens onderhandelingen gevoerd. Eiseres vordert i.c. een inbreukverbod en een vergoeding van €7000,-. De voorzieiningenrechter wijst de vorderingen toe.
Weliswaar is onvoldoende vast komen te staan dat de melodie van het liedje voldoende oorspronkelijk is en in voldoende mate afwijkt van het oud-Hollandse liedje ‘Het regent, het regent, de pannetjes worden nat’, maar onbetwist is dat Philips rechthebbende is m.b.t. de tekst. Dat Philips geen ander dan een financieel belang heeft is niet relevant en het is aan de maker van een werk om de hoogte van de vergoeding te bepalen.
Toewijzing van het gevorderde algemene uitzendverbod strekt evenwel te ver, omdat Philips blijkens de subsidiaire vordering bereid is om is te stemmen met uitzending van het hagelliedje tegen een vergoeding van op basis van €7000,- voor drie weken uitzendtijd.” Die subsidiaire vordering wordt dan ook toegewezen.
Lees het vonnis hier.