Indien een rechtsgeldig octrooi zou zijn verleend

04-10-2012 Print this page

B9 11707. Rechtbank ’s-Gravenhage, 3 oktober 2012, HA ZA 09-2444, J. Gierveld Beheer B.V. tegen [X] en Arnold & Siedsma & Translatech B.V.

Octrooirecht. Eindvonnis in schadestaatprocedure in een geschil tussen uitvinder van een schaatsonderstel / schaatsframe en haar voormalige octrooigemachtigde X.

In een voorafgaande procedure heeft het Hof Den Haag (in april 2007, na vonnis rechtbank uit 2002) X en de maatschap Arnold & Siedsma hoofdelijk veroordeeld de schade te vergoeden die  Gierveld Beheer de ten gevolge van het verzuim van X om tijdig een divisional application in Amerika te dienen heeft geleden. Bij vaststelling van de schade die Gierveld Beheer heeft geleden geldt als uitgangspunt dat,  zoals het hof heeft geoordeeld, medio 1994 een rechtsgeldig octrooi zou zijn verleend.

De rechtbank concludeert onder meer dat twijfel over de geldigheid het octrooi een neerwaarts drukkend effect zou kunnen hebben gehad op de waarde, net als de mogelijkheid van een serieuze design around. Gierveld Beheer heeft onvoldoende aangetoond dat zij het octrooi succesvol had kunnen exploiteren en de bedragen die door Gierveld Beheer primair en subsidiair zijn gevorderd, zijn niet toewijsbaar. Anderzijds is echter wel denkbaar dat een of meerdere partijen niettemin geïnteresseerd zouden zijn geweest in een niet-exclusieve licentie, al was het om in de toekomst een rechtszaak te vermijden. Er bestond ook  daadwerkelijk serieuze interesse was in een licentie van twee grote spelers op de Amerikaanse markt, waardoor er al met al voldoende reden is om een schadevergoeding toe te wijzen.

Omdat er onvoldoende concrete aanknopingspunten bestaan om de schade nauwkeurig vast te stellen, schat de rechtbank de schade ex artikel 6:97 BW. Het meest reële concrete aanknopingspunt zijn de door Gierveld Beheer voor US 993 ontvangen licentie-inkomsten tot een bedrag van € 232.343,- en de rechtbank komt uiteindelijk uit op een bedrag van  € 500.000,- + € 160.309,12 (6:96 BW), beide bedragen  vermeerderd met de toepasselijke, enkelvoudige (oud BW) wettelijke rente.  Onder meer aangezien de verzekeringsdekking van octrooigemachtigde [X]  € 1.134.815 bedraagt, ziet de rechtbank geen reden om het bedrag te matigen.

Lees het vonnis hier. Eerder tussenvonnis hier.