Informatieverplichting in het kader van een beslag inzake namaak

15-10-2013 Print this page
B912566

Een bijdrage van Jurgen Figys, Crowell & Moring LLP.

Voorzitter Rb Kh Antwerpen 12 september 2013, A/1358-1359/13 (samenhang), BVBA Gonline en B&MI (“beslagenen”) tegen Mes Phillipe, NV Network Proces Control, NV Philippe Mes Consulting en NV Euro-TAP-Control-Verkoop (“beslagleggende partijen”).

Auteursrecht op software (Europese richtlijn 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s). Beschrijvende beslagmaatregelen. Volledige en correcte informatieverplichting van beslagleggende partijen ten aanzien van de beslagrechter. Beschikking(en) beslag inzake namaak vernietigd na derdenverzet door beslagenen.

Uitspraak in het kader van een derdenverzet omtrent het al dan niet toestaan van een beslag inzake namaak. De zaak betreft het software programma “DINO” (“Distributed Intelligent Networks Objects”) waarvan volgens de beslagleggende partijen de auteursrechten haar toebehoren en op grond waarvan een beslag inzake namaak werd toegestaan. De beslagenen betwisten dit en argumenteren (i) dat de software geen auteursrechtelijke bescherming geniet, (ii) dat onvoldoende naar recht wordt aangetoond dat de beslagleggende partijen er eigenaar van zijn en (iii) dat onvoldoende wordt bewezen dat de beslagenen enige inbreuk zouden plegen op de auteursrechten van de beslagleggende partijen.

In de eerste plaats bevestigt de Voorzitter dat het beslag inzake namaak een procedure op éénzijdig verzoekschrift is met verstrekkende en ingrijpende gevolgen. Verzoekers dienen dan ook de nodige ijver aan de dag te leggen om de Voorzitter correcte, volledige en zo objectief mogelijke informatie te verstrekken. De Voorzitter stelt verder vast dat de beslagleggende partijen zich voornamelijk hebben gesteund op een deskundigenverslag uit een eerdere procedure (eind 2004) tussen dezelfde partijen om beslagmaatregelen te bekomen.

De beslagenen, die hiertegen verzet aantekenen, leggen echter een vonnis neer van 20 april 2006 waaruit blijkt dat de beslagleggende partijen hebben nagelaten de Voorzitter voldoende naar recht in te lichten. In dit vonnis wordt de degelijkheid van het gebruikte deskundigenverslag in twijfel getrokken.

Bijgevolg zijn de beslagleggende partijen tekort geschoten in hun plicht tot het verstrekken van correcte, volledige en zo objectief mogelijke informatie. De beschikkingen op éénzijdig verzoekschrift waarbij beslag inzake namaak werden toegestaan, worden dan ook vernietigd en de beslagenen dienen teruggeplaatst te worden in dezelfde positie als zou er geen beschrijvende maatregel zijn toegestaan. De geëiste schadevergoeding door één van de beslagenen wordt ongegrond verklaard binnen het kader van een kortgedingprocedure.

Lees de beschikking hier.