BIE november/december 2016, p. 298-304, Toon Huydecoper: "1. Inzage in gegevens die berusten onder een ander - liefst zelfs: de processuele wederpartij. Jaren geleden zagen we dat als een verhaal uit sprookjesland. De (Nederlandse) wet bevatte weliswaar bepalingen die in deze mogelijkheid voorzagen, maar toepassing daarvan in de praktijk kwam eigenlijk niet voor. Daardoor dacht menigeen er niet aan, zelfs maar een initiatief tot dergelijke toepassing te nemen: dat leidde toch nergens toe. Maar inmiddels is dat dus helemaal anders. De verplichting om anderen inzage in gegevens te verschaffen is inmiddels volop levend, en om toepassing daarvan wordt dan ook regelmatig gestreden. Voor de beoefenaars van het recht van de intellectuele eigendom gaat het dan vooral om de toepassing van art. 1019a Rv. en art. 1019f Rv., in samenhang met art. 843a Rv. over de strekking van deze bepalingen is in de recente rechtspraak van de Hoge Raad veel verduidelijkt. Ook recente rechtspraak van het HvJEU heeft tot verduidelijking bijgedragen. En toch: een artikeltje, en met een titel die suggereert dat er nog altijd dingen zijn die meer verduidelijking kunnen velen. [...]"