Kabinetsreactie op 'Extended Collective Licensing: panacee voor massadigitalisering?'
13-10-2015 Print this page
Minister Bussemaker (OCW): Kabinetsreactie op onderzoeksrapport 'Extended Collective Licensing: panacee voor massadigitalisering?'
"Op 16 december 2014 bood ik uw kamer het rapport Extended collective licensing: panacee voor massadigitalisering? (IViR 2014) aan. In de brief kondigde ik aan u nader te informeren over het kabinetsstandpunt inzake extended collective licensing nadat ik de uitkomsten van het onderzoek tezamen met de ministeries van Veiligheid en Justitie en Economische Zaken met de belanghebbende partijen had besproken. Extended collective licensing (hierna: ECL) is een rechtsfiguur waarbij op grond van de wet onder bepaalde voorwaarden het mandaat van een collectieve beheersorganisatie (hierna: cbo) kan worden uitgebreid tot rechthebbenden die niet bij de cbo zijn aangesloten. De cbo kan dan licenties afgeven aan gebruikers. Hiertoe sluiten gebruikers met de cbo een ECL-overeenkomst, bijvoorbeeld om de digitalisering en online ontsluiting van erfgoedcollecties mogelijk te maken. […]
Standpunt regering
In Nederland worden ook zonder ECL-regeling goede resultaten behaald qua digitale beschikbaarstelling van erfgoed. Introductie van ECL draagt bij aan het optimaliseren van het wettelijk kader voor collectief rechtenbeheer. Zo kunnen erfgoedinstellingen nog beter worden gefaciliteerd bij digitalisering en online ontsluiting van hun erfgoedcollecties. Invoering van ECL past binnen het kabinetsbeleid om uit het oogpunt van cultuur- en informatiebeleid massadigitalisering en ontsluiting van de collecties door erfgoedinstellingen waar mogelijk te ondersteunen op een wijze waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van auteursrechthebbenden op het te digitaliseren materiaal. Gelet op het gezamenlijke en herhaald verzoek van zowel erfgoedinstellingen als rechthebbenden en cbo’s bestaat er in Nederland een breed draagvlak voor invoering van een ECL-regeling. De uitwerking van een wettelijke ECL-regeling zal in 2016 ter hand worden genomen.
Aandachtspunten
Bij invoering van zo’n ECL-regeling acht het kabinet in ieder geval de volgende aandachtspunten van belang:
Representativiteit
Uitgangspunt voor iedere ECL is de contractuele overeenstemming tussen een gebruiker en een representatieve cbo (de ECL-overeenkomst). Algemeen wordt aangenomen dat indien de cbo in kwestie een substantieel deel van de rechten voor de beoogde gebruikswijze vertegenwoordigt, deze representatief kan worden geacht.
Reikwijdte ECL-overeenkomst
Een Nederlandse cbo kan in de regel alleen voor het Nederlandse grondgebied licentiëren. Verder wordt de reikwijdte van een ECL-overeenkomst bepaald door de representativiteit van een cbo. Voorstelbaar is bijvoorbeeld dat een cbo alleen representatief wordt geacht voor werken van Nederlandse rechthebbenden of voor werken die zijn gepubliceerd in Nederland. Dit kan anders liggen indien de cbo wederkerigheidsovereenkomsten heeft gesloten met buitenlandse cbo’s. Verder zal de vraag onder ogen worden gezien of de regeling al dan niet beperkt moet blijven tot werken die niet langer commercieel verkrijgbaar zijn. Bij het Hof van Justitie van de Europese Unie is een procedure aanhangig (C-301/15 (Soulier et Doke)) die daarvoor relevant is. Ook in de ECL-overeenkomst zelf kunnen nog beperkende voorwaarden zijn opgenomen, bijvoorbeeld dat de licentie enkel werken betreft uit een bepaalde periode en/of dat er voor de licentie een maximaal vrijwaringsbedrag geldt.
Opt-out
De regering acht het uitgangspunt van belang dat rechthebbenden het recht hebben de machtiging tot het beheer van rechten te beëindigen of om specifieke rechten of categorieën van werken uit een cbo terug te trekken. Dit beginsel is vastgelegd in de Richtlijn collectief beheer.2 Uit het onderzoek blijkt dat rechthebbenden in de meeste onderzochte ECL-regelingen de mogelijkheid hebben om zich volledig te onttrekken aan de werking van de ECL-regeling (‘opt out’) en om op individuele basis licentievergoedingen te claimen voor het gebruik van hun werken. Daarmee wordt beoogd om de legitieme belangen te beschermen van rechthebbenden die hun verbodsrechten individueel willen uitoefenen.
Licentievergoeding en geschillenregeling
Het is aan betrokken partijen (de erfgoedinstellingen en de cbo’s) om de hoogte van de vergoeding te bepalen. Via de wet toezicht cbo’s is in Nederland voorzien in alternatieve geschilbeslechting voor geschillen over de toepassing en/of de hoogte van de door een cbo in rekening gebrachte licentievergoeding. Dit geldt voor alle door een cbo in rekening gebrachte vergoedingen zodat dit ook zal gelden voor toekomstige vergoedingen op basis van een ECL-overeenkomst. Besluiten tot verhoging van de tarieven behoeven op grond van de Wet toezicht cbo’s de voorafgaande schriftelijke instemming van het College van Toezicht Auteursrechten."
Lees hier meer en lees het rapport hier.