Kamerbrief Staatssecretaris Dijksma n.a.v. debat over voedselpatenten van 10 juni jl.

15-07-2015 Print this page
B913921

Kamerbrief Staatssecretaris Sharon A.M. Dijksma naar aanleiding van het debat over voedselpatenten van 10 juni jl.
 
"In het debat is met uw Kamer gesproken over de uitgebreide veredelingsvrijstelling om de balans tussen kwekersrecht en octrooirecht te herstellen. Ook is gesproken over een alternatieve optie om dit doel te bereiken, namelijk het beperken van octrooieerbaarheid van uitvindingen. Hieronder licht ik beide opties toe.

 

Uitgebreide veredelingsvrijstelling

Een uitgebreide veredelingsvrijstelling is een filter aan de achterkant, namelijk pas na de octrooiverlening. Als eenmaal octrooi is verleend, moet het verleende octrooirecht gerespecteerd worden. Daarop zijn wel uitzonderingen denkbaar. De beperkte veredelingsvrijstelling is daar een voorbeeld van. Dankzij de beperkte veredelingsvrijstelling mag octrooirechtelijk beschermd biologisch materiaal gebruikt worden voor het kweken, of ontdekken en ontwikkelen van andere plantenrassen zonder toestemming van de octrooihouder(s). Voor de commerciële fase daarna blijft echter toestemming nodig van de octrooihouder(s), althans zolang de nieuwe kweekproducten eigenschappen hebben die worden bepaald door de gebruikte uitvinding. Deze toestemming is echter niet nodig indien ook voor de commerciële fase een vrijstelling zou worden geïntroduceerd in het octrooirecht. Dit is momenteel de optie die ook in uw Kamer de voorkeur heeft.

Zoals eerder aan uw Kamer gemeld en ook in het debat is toegelicht, zal voor het realiseren van een uitgebreide veredelingsvrijstelling in elk geval de Biotechnologierichtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (hierna: de Biotechnologierichtlijn) moeten worden gewijzigd en internationale overeenkomsten, waaronder de TRIPs-Overeenkomst. Ook de heer Trojan heeft in zijn rapport “Oplossingsrichtingen voor de problematiek van samenloop van octrooirecht en kwekersrecht in de plantenveredeling”3 aangegeven dat een beperking van octrooieerbaarheid naar verwachting sneller zal zijn te realiseren dan een uitgebreide veredelingsvrijstelling.

 

Beperking octrooieerbaarheid van plantgerelateerde uitvindingen

Als bepaalde plantgerelateerde uitvindingen worden uitgesloten van octrooieerbaarheid dan kan daarvoor geen octrooi meer worden verleend. Dat is een filter aan de voorkant van octrooiverlening en dat zal dus leiden tot minder octrooien. In het licht van de recente uitspraken van de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau (zie verder) is het wenselijk deze mogelijkheid van beperking van octrooieerbaarheid niet bij voorbaat uit te sluiten. Afhankelijk van de mogelijkheden zou de Europese Commissie met een van het EOB afwijkende interpretatieve verklaring kunnen komen van de Biotechnologierichtlijn zonder dat een wijziging daarvan nodig is. Indien deze richtlijn wel moet worden gewijzigd, dan kan dat naar mijn inschatting zonder wijziging van de TRIPS- Overeenkomst omdat o.a. planten en dieren van octrooieerbaarheid kunnen worden uitgesloten.

 

In de Biotechnologierichtlijn is daar echter niet voor gekozen, maar voor bescherming van uitvindingen met betrekking tot biologisch materiaal, met uitzonderingen. Verdere beperkingen van octrooieerbaarheid van plantgerelateerde uitvindingen zijn denkbaar. Een dergelijke wijziging zal dus naar verwachting, vergeleken met invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling, sneller kunnen worden gerealiseerd, omdat die richtlijnwijziging geen verdragswijzigingen met zich mee hoeft te brengen. Een uitgebreide veredelingsvrijstelling is bovendien niet meer nodig voor uitvindingen die niet langer octrooieerbaar worden verklaard, omdat daarvoor immers geen octrooirecht meer wordt verleend.

Momenteel houd ik beide opties open: zowel de beperking van octrooieerbaarheid als de invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling. Daar heb ik ook goede gronden voor. Momenteel loopt namelijk nog het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek naar effecten van een uitgebreide veredelingsvrijstelling op alle relevante sectoren. Ik wil op de uitkomsten daarvan niet vooruitlopen. Voorts is nog niet bekend of, en zo ja, met welke voorstellen de Europese Commissie zal komen en wat het standpunt is van andere Europese landen, zoals Duitsland en Frankrijk die eerst het verslag van de Europese Commissie willen afwachten vooraleer een standpunt daarover in te nemen."

Lees hier meer. Zie ook bijlage 1 en bijlage 2 en het debat van 10 juni.