Kamerstuk over wijziging van de Telecommunicatiewet

02-09-2016 Print this page
B914609

Kamerstuk met betrekking tot het wijzigen van de Telecommunicatiewet ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening.

Uit de memorie van antwoord: ''De leden van de PVV-fractie vroegen hoe lang een procedure duurt waarbij een AMvB exceptief wordt getoetst tot aan de hoogste rechter en hoe zich dat verhoudt tot de belangen van betrokkenen in een internetwereld die razendsnel verandert.

Op grond van de Telecommunicatiewet vindt rechterlijke toetsing in dit geval plaats bij de rechtbank Rotterdam. Tegen het besluit van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Uit het Jaarverslag Rechtspraak 2015 blijkt dat een bestuursrechtelijke procedure bij de rechtbank meestal rond de 9 maanden duurt, een procedure bij het CBb duurt gemiddeld ruim een jaar. In het geval er door de rechter prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie moeten worden gesteld komt hier nog de duur van deze procedure bij.

Ik merk daarbij op dat het voor de duur van de gerechtelijke procedure in beginsel nie uitmaakt of het aangevochten besluit van ACM gebaseerd is op een AMvB of op een discretionaire bevoegdheid van ACM. Het afzien van een AMvB ten gunste van beleidsruimte bij ACM zal derhalve niet tot een versnelling leiden. Overigens zijn de doorlooptijden van de gerechtelijke procedures een punt van aandacht. Met de PVV-fractie ben ik van opvatting dat deze doorlooptijden, zeker in een zo dynamische sector als de elektronische communicatie, zo kort mogelijk moeten zijn. Uit de cijfers van het CBb in het eerdergenoemde jaarverslag blijkt dat er op dit punt vooruitgang is geboekt. Overigens verwacht ik niet dat de bij AMvB te stellen regels zullen afwijken van de richtsnoeren van de BEREC en verwacht ik dus niet dat de AMvB aanleiding zal geven voor extra juridische procedures.''

Lees het kamerstuk verder hier.