President Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2000, LJN: AA6482, De Staat (RVD) tegen Monsterboard.
“Het staatshoofd neemt in ons rechtsbestel een bijzondere plaats in en uit dien hoofde past een bijzondere bescherming tegen ongeautoriseerd gebruik en misbruik van hoogst persoonlijke kenmerken als stem en naam.”
In de nu al niet meer bij te houden overdaad van Terugblikken en Overzichten een klassieker uit de Koninklijke IE-rechtspraak: De Stem van Beatrix.
De Staat vorderde Monsterboard te veroordelen 'wervingsactiviteiten, waaronder het doen uitzenden van een radiocommercial waarin de naam van H.M. Koningin Beatrix en/of imitatie van haar stem voorkomt, te staken en gestaakt te houden, nu H.M. Koningin Beatrix geen toestemming heeft verleend voor het gebruik van haar stem of hoogstpersoonlijke stemkenmerken, dictie, alsmede voor vermelding van haar naam en functie aan deze radiocommercial." De vorderingen van de Staat werden toegewezen:
7. Uitgangspunt is dat in onze samenleving niemand het behoeft te dulden dat zijn persoonlijke karakteristieken tegen zijn wil worden gebruikt ter ondersteuning van commerciële activiteiten van een ander. Alleen al het bezwaar tegen het in het verband gebracht worden met een anders commerciële activiteiten vormt voldoende rechtvaardiging voor een rechterlijk verbod. Dit ongeautoriseerde gebruik door een ander vormt al een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
8. Voor het staatshoofd geldt dit in nog veel sterkere mate. Uit hoofde van zijn positie in ons staatsbestel kan deze er gerede bezwaren tegen hebben dat elementen die specifiek verwijzen naar zijn persoon ongevraagd door een willekeurige onderneming "gebruikt" worden. Ook als het de luisteraar duidelijk is dat het staatshoofd geen persoonlijke medewerking heeft verleend, dan nog zal bij een aanmerkelijk deel van de luisteraars een al dan niet onbewuste associatie ontstaan tussen het staatshoofd en het betrokken product. Het behoort tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het staatshoofd, dat hij met vrucht hiertegen kan opkomen.
9. De opmerkingen van Monsterboard over radio-uitzendingen, waarin ZKH Prins Bernhard wordt geïmiteerd gaan langs de zaak heen. T.V.- en radio-uitzendingen, waaronder het genoemde "Spitting image", toneelstukken, boeken en andere kunstuitingen bevatten niet een element waarin de naam van de betrokken koninklijke persoon wordt gekoppeld aan een product of wordt gebruikt voor andere commerciële doeleinden. Het is dit ongeautoriseerde gebruik waartegen de Staat zich in deze zaak namens het staatshoofd keert.
10. Het adagium "hoge bomen vangen veel wind" mist in deze zaak betekenis. Het staatshoofd neemt in ons rechtsbestel een bijzondere plaats in en uit dien hoofde past een bijzondere bescherming tegen ongeautoriseerd gebruik en misbruik van hoogst persoonlijke kenmerken als stem en naam. Ook als in het algemeen persiflage, imitatie en commentaar op leden van het koningshuis, als ook een zeer grote mediale belangstelling voor alle facetten van hun leven, ruimer aan bod zouden moeten kunnen komen, dan nog kan dit geen aanleiding zijn om aan degenen die commerciële reclame maken, mogelijkheid te bieden om zich van persoonlijke karakteristieken van leden van het Koningshuis te bedienen.
11. Dit betekent dat de omstreden reclame-uiting jegens H.M. Koningin Beatrix als onrechtmatig wordt beoordeeld en aan de Staat de ingestelde verbodsactie kan worden toegewezen.
Lees het vonnis hier.
De afbeelding linksboven ziet op een andere reclame-uiting en is afkomstig uit het inmiddels online beschikbare boek Portretrecht voor Iedereen (Schuijt & Visser, 2003).
B912072