BIE januari 2014, p. 2-16, Rein-Jan Prins: " Kunst is handel, kunst is geld. Juridisch gezien komt dat de artiest ten goede. De Amerikaanse artiest Troy Henriksen kwam er achter dat Corinne Dalle Ore, een Franse artieste die hij jaren geleden had ontmoet en zijn atelier had laten bezoeken, schilderwerken maakte die de door hem gehanteerde thema’s en technieken overnamen. Hij dagvaardde zijn collega. In eerste instantie nam de rechtbank Parijs auteursrechtinbreuk aan. In hoger beroep echter wees het hof, na zorgvuldige vergelijking van de respectieve kunstwerken, auteursrechtinbreuk af, met de klassieke redenering dat een stijl niet beschermd is. Het hof overwoog voorts dat ondanks een indruk van gelijkheid (“l’impression de proximité”) die werd gewekt door de overname van tal van elementen, er geen sprake was van auteursrechtelijk relevante verveelvoudigingen. Maar het hof laat Henriksen niet in de kou staan. Bepaalde werken van Dalle Ore geven een zodanige indruk van gelijkheid dat deze noodzakelijkerwijs aan het werk van Henriksen doen denken, door het gebruik van een overeenstemmende achtergrond, het gebruik van dezelfde stijlelementen en thema’s (harten, portretten, boksers, fruit, slogans, lettertypes) en seriematigheid. Hierdoor wordt een gevaar van assimilatie met het werk van Henriksen gecreëerd, dat een eigen karakter en economische waarde heeft, hetgeen een ongerechtvaardigd voordeel geeft aan Dalle Ore. Er is niet simpelweg sprake van een gemeenschappelijke inspiratiebron. Er is dus wel degelijk sprake van “parasitisme”. Het per serie en per thema werken is op zich niet ongeoorloofd: het zijn thema’s die zich in het publieke domein bevinden (harten, fruit, portretten etc.). Als deze thema’s maar op oorspronkelijke, persoonlijke wijze worden gebruikt.
Deze uitspraak komt niet uit de lucht vallen. In 2011 had het hof Parijs al ongeoorloofde “parasitisme” aangenomen in een vergelijkbare zaak. Daar was de situatie nog commerciëler. De artiest William Klein, die foto-contactprints als ondergrond gebruikt voor zijn gelakte schilderwerken die hij “contacts peints” noemt, had geconstateerd dat in een TV-programma over binnenhuisarchitectuur grote wanddecoraties werden getoond, bestaande uit een soortgelijke foto-ondergrond met kleurige tekeningen erop. De decoraties waren afkomstig van de firma Art Print die ze aanprees als “Unique, original et contemporain, hommage à William Klein”.
Daar was hij niet van gediend. Ook hier wees de rechtbank de auteursrechtelijke inbreukvordering toe, maar corrigeerde het hof het door de auteursrechtelijke vordering af te wijzen. Maar de vordering gebaseerd op slaafse nabootsing werd toegewezen. Er was onvoldoende gelijkenis tussen de individuele werken om auteursrechtelijke verveelvoudiging aan te nemen. De rechtbank had de “parasitisme” niet aangenomen, met name omdat duidelijk werd aangegeven “hommage à William Klein”, dus verwarring was niet mogelijk, vond de rechtbank. Het hof overweegt echter dat dit hommage nu juist diende om te profiteren van de reputatie van de artiest en om daarop ten eigen bate mee te surfen. Onze Hoge Raad zal het met deze aanpak niet eens zijn."