B9 11610. Rechtbank Utrecht, 22 augustus 2012, LJN: BX5433, Burg Groep B.V. tegen Vrumona B.V.
"Het woord kan weliswaar eveneens worden gezien als afkorting voor het woord ‘limousine’"
Merkenrecht. Gedaagde, frisdrankenfabrikant Vrumona, brengt onder meer de frisdrank Sisi Fruit Limo op de markt en heeft voor iedere smaak van dat merk een apart beeldmerk gedeponeerd. Eiseres Burg maakt o.g.v. haar woordmerk LIMO (uit 1990) bezwaar tegen de merken van Vrumona, maar ziet haar eigen merk nietig verklaard worden door de rechtbank Utrecht. Het merk LIMO heeft geen onderscheidend vermogen en van inburgering is geen sprake:
4.9. De rechtbank stelt voorop dat het woord ‘limo’ moet worden beschouwd als een voor de hand liggende afkorting van het woord ‘limonade’. Het woord kan weliswaar eveneens worden gezien als afkorting voor het woord ‘limousine’, maar gelet op de aard van de waar ligt voor de hand dat de consument het woord als afkorting van het volledige woord in de eerste betekenis zal opvatten. Het woord limonade is beschrijvend voor de door Burg verkochte waar (siroop, aan te lengen met water). Nu het merk van Burg niet meer bevat dan de voor de hand liggende afkorting van het woord ‘limo’ zal de consument het merk LIMO niet zien als een aanduiding van de herkomst van de waar, maar als een beschrijving van de inhoud van de waar. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het merk LIMO zodanig beschrijvend is dat het ieder onderscheidend vermogen mist.
4.10. Met de stelling dat het begrip ‘limo’ in 1990 nog geen gebruikelijke benaming voor limonadesiroop was, miskent Burg dat voor het bereiken van de conclusie dat een merk beschrijvend is volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie niet vereist is dat het teken op het moment van de inschrijvingsaanvraag daadwerkelijk wordt gebruikt voor de beschrijving van de waren of diensten als die waarvoor de aanvraag is ingediend, of van kenmerken van deze waren of deze diensten (Hof van Justitie 12 februari 2004, LJN AO8134 (Postkantoor), nr. 97). Voldoende is dat deze tekens en aanduidingen hiertoe kunnen dienen. De inschrijving van een merk moet dan ook worden geweigerd indien het in de opvatting van de betrokken kringen “thans kenmerken van de betrokken waren of diensten beschrijft, dan wel dit in de toekomst redelijkerwijs te verwachten is” (Postkantoor-arrest, nr. 56). De inschrijving van een woord als merk moet worden geweigerd indien het in minstens één van de potentiële betekenissen een kenmerk van de betrokken waren of diensten aanduidt. (Hof van Justitie 23 oktober 2003, LJN:BF4973 (Doublemint), nr. 32).
4.11. Evenmin volgt de rechtbank Burg in haar stelling dat indien het publiek niet direct de link legt tussen het teken en de kenmerken van de waar, het teken onderscheidend vermogen heeft. In de zaak Doublemint was sprake van een woord dat verschillende betekenissen kon hebben, zodat het voor het publiek niet meteen duidelijk was wat onder dit woord moest worden verstaan. Uit de uitspraak van het Hof van Justitie blijkt dat die omstandigheid niet in de weg staat aan het oordeel dat een merk beschrijvend is en derhalve onderscheidend vermogen mist.
4.12. Het onder 4.9 weergegeven oordeel had alleen anders kunnen uitvallen, indien voldoende onderbouwd zou zijn gesteld dat het merk LIMO door inburgering onderscheidend vermogen heeft verkregen. Voor inburgering moet komen vast te staan dat het werk door het gebruik onderscheidend vermogen heeft verworven in het taalgebied binnen de Benelux waarin een weigeringsgrond voor LIMO bestaat, waarbij moet worden beoordeeld of de betrokken kringen, althans een aanzienlijk deel daarvan, de betrokken waar of dienst op basis van het merk als van een bepaalde onderneming afkomstig identificeren (Hof van Justitie 7 september 2006, LJN:AZ2150 (Europolis). Naar het oordeel van de rechtbank heeft Burg onvoldoende gesteld om een dergelijke conclusie te rechtvaardigen. De enkele stelling dat Burg haar waren al jaren onder de naam LIMO verkoopt en een groot marktaandeel bezit, is daartoe onvoldoende, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan door Vrumona en mede gelet op het feit dat Burg heeft erkend dat het gestelde onderscheidende vermogen zich tot Nederland beperkt, zodat in elk geval geen sprake is van inburgering in het gehele Nederlandstalige gedeelte van de Benelux.
4.13. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het merk LIMO beschrijvend van aard is en derhalve onderscheidend vermogen mist. De gevorderde nietigverklaring is dan ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze niet uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, nu de nietigverklaring als declaratoire uitspraak daar naar haar aard niet voor in aanmerking komt. De gevorderde doorhaling zal worden toegewezen in de vorm van een bevel aan gedaagde en voorts zonder de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad, aangezien een eventuele doorhaling niet, althans zeer lastig ongedaan te maken is. Er zal een ruimere termijn worden gegeven om aan het gevorderde te voldoen.
Lees het vonnis hier.