Merk vs. model: een andere algemene indruk

18-10-2012 Print this page

B9 11759. Hof van Justitie EU, 18 oktober 2012, gevoegde zaken C-101/11 P en C-102/11 P, Herbert Neuman, Andoni Galdeano del Sel / OHIM /  José Manuel Baena Grupo SA.

Modellenrecht. Arrest HvJ EU in nietigheidsprocedure o.g.v. een ouder gemeenschapsbeeldmerk (afbeelding boven, voor speelgoed en kleding) tegen een ingeschreven gemeenschapsmodel dat een zittende figuur weergeeft (voor o.a. t-shirts en drukwerk). Het Gerecht EU wees eerder de gevorderde nietigheid af, waarbij het Gerecht oordeelde dat de gezichtsuitdrukking en de lichaamshouding van de figuren de geïnformeerde gebruiker ‘ertoe zal brengen om het oudere merk aan te merken als een geagiteerde persoon’, terwijl het litigieuze model niet wordt gekenmerkt ‘door de uiting van een of ander gevoel.’ De figuren zouden daardoor een andere indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker van t-shirts en stickers (jongeren, kinderen, reclamelezers).

Het Hof bekrachtigt dit oordeel. Het Gerecht heeft bij de vergelijking van het oudere merk met het litigieuze model geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zijn redenering te baseren op de onvolmaakte herinnering van de door de twee figuren gewekte algemene indruk die de geïnformeerde gebruiker bijblijft. Het Gerecht heeft daarbij eveneens rekening gehouden met het volledige relevante publiek, te weten jongeren, kinderen en gebruikers van drukwerken, met inbegrip van reclamemateriaal. Nu bovendien de beoordeling van de gewekte algemene indruk, louter een vaststelling van de feiten betreft, die geen rechtsvraag kan opleveren, wordt het beroept tegen het arrest van het Gerecht verworpen.

Lees het arrest hier.