Merkenrecht voor jong (en oud?)

01-10-2013 Print this page
B912537

Een bijdrage van Sofie Cubitt, Crowell & Moring LLP.

Hof van Beroep Antwerpen 20 juni 2013, 2013/AR/663, VOF RELAX / Provincie Antwerpen.

Merkenrecht. Buitencontractuele aangelegenheid (ja). Inbreuk (ja). Verbod met dwangsommen (gronden voor beperking). Dit betreft een merkenrechtelijk geschil tussen bovenstaande partijen inzake het gebruik van het Benelux merk “Pennenzakkenrock” (en de gerelateerde afkorting “PZR”) voor (de organisatie van) kinderfestivals. De Provincie Antwerpen is sinds 23 september 2003 merkhouder van het Benelux woordmerk “PENNENZAKKENROCK”. Onder deze merknaam organiseert de Provincie Antwerpen jaarlijks (eind juni) een festival voor de schoolgaande jeugd tussen 8 en 14 jaar. Op 1 december 2010 sloot de Provincie Antwerpen een overeenkomst met de VOF Relax waarbij deze laatste de organisatie van het festival “PENNENZAKKENROCK” voor de jaren 2011, 2012 en 2013 werd toevertrouwd. Volgens deze overeenkomst was de organisator tevens gerechtigd het merk “PENNENZAKKENROCK” te gebruiken, niet enkel voor het betrokken festival, maar ook voor de promotietour en alle gerelateerde communicatie.

De overeenkomst voorzag in de mogelijkheid tot uitdrukkelijke (eenzijdige) ontbinding, met name in het geval de andere partij haar verplichtingen niet voldeed. Bij aangetekend schrijven van 22 oktober 2012 ging de Provincie Antwerpen over tot eenzijdige beëindiging. Zij stelde dat de VOF Relax de samenwerkingsovereenkomst niet naleefde en dat zij ten gevolge van de beëindiging van de overeenkomst niet langer gebruik mocht maken van het merk “PENNENZAKKENROCK”. Beide partijen gingen over tot dagvaarding van de andere partij: de Provincie Antwerpen dagvaardde de VOF Relax voor merkinbreuk en oneerlijke marktpraktijken (stakingsprocedure op buitencontractuele gronden), terwijl de VOF Relax de Provincie Antwerpen dagvaardde voor contractuele inbreuk met schadevergoeding.

De VOF Relax was van oordeel dat de merkinbreuk niet kon worden behandeld zolang de rechter zich niet had uitgesproken over het al dan niet rechtmatig karakter van de eenzijdige ontbinding van de overeenkomst door de Provincie Antwerpen. Het Antwerpse hof van beroep bevestigde echter dat de vordering van de Provincie Antwerpen niet op de overeenkomst of de contractuele wanprestatie was gebaseerd en dat bovendien de stelling van de VOF Relax dat de overeenkomst zou hebben blijven voortbestaan niet strookt met het standpunt dat zijzelf inneemt in de andere procedure waar zij niet de verdere uitvoering van de overeenkomst vraagt, maar wel de vaststelling van het foutief karakter van de ontbinding en een schadevergoeding.

Het Antwerpse hof van beroep besloot dat de beslissing over het bestaan van een merkinbreuk niet afhankelijk was van de beslissing over de vraag of de overeenkomst terecht werd verbroken en bevestigde vervolgens het bestaan van de inbreuken. Wel zag het Antwerpse hof gronden om de toegekende dwangsommen te beperken.

Wat betreft de Benelux merkinschrijving “RIMPELROCK” (nr. 835900) kon helaas geen rechtspraak worden gevonden. Wordt vervolgd?

Lees het arrest hier.