Met EP rapport over Nagoya protocol blijft onduidelijkheid over veredelingsvrijstelling bestaan

13-09-2013 Print this page
B912506

Uit het persbericht van Plantum: "Met rapport over het Nagoya protocol blijft de onduidelijkheid over veredelingsvrijstelling bestaan; blijft deze werkbaar in de praktijk?

De Nederlandse plantenveredelaars zijn teleurgesteld over de stemming van het EP inzake het rapport over de implementatie van het Nagoya protocol, het protocol over de eerlijke verdeling van de voordelen van het gebruik van genetische bronnen. Hoewel het protocol handvatten geeft voor een goede uitvoering leidt het Europese voorstel innovatie ertoe dat het ‘open innovatie’ concept van de plantenveredeling wordt ontkracht. Esther de Lange en haar CDA collega’s vinden het ook onbevredigend; zij hebben zich in het proces hard gemaakt voor het behoud van de veredelingsvrijstelling zonder aanvullende condities. Het goedgekeurde rapport brengt verder een enorme administratieve rompslomp met zich mee en levert veel juridische onzekerheid op. Dit laatste wordt onder andere veroorzaakt door onduidelijkheid over terugwerkende kracht van regelingen en eeuwig durende verplichtingen. Voorstellen om de juridische zekerheid te borgen zoals sector specifieke richtlijnen en geregistreerde collecties hebben het niet gehaald.

De stemming in het Europees Parlement op 12 september over de implementatie van het Nagoya Protocol zet de sector uitgangsmateriaal, één van de Nederlandse topsectoren, voor het blok. Innovatie en het daarvoor zo belangrijke beginsel van vrije toegang tot oudermateriaal voor verdere ontwikkeling worden ondermijnd. Volgens het geldende kwekersrecht kan iedereen toegang krijgen tot commercieel beschikbare plantenrassen voor verder onderzoek en veredeling - zonder beperkingen of voorwaarden. Een jaar geleden heeft het Europees Parlement met klem het  beginsel van de vrije toegang tot genetisch materiaal gepromoot en de zogenaamde " veredelingsvrijstelling" in de nieuwe octrooiregels van de EU opgenomen, maar dit wordt in het huidige voorstel de nek omgedraaid. “In sommige wetteksten is het nu wel op genomen en in andere niet. Het is tijd voor duidelijkheid. Ik blijf me ervoor inzetten de veredelingsvrijstelling ook in de EU effectief te verankeren.”, zegt Esther de Lange. Met het van kracht worden van nieuwe regelgeving  zal er nu mogelijk een verplichting ontstaan om allerlei informatie in te winnen bij de eigenaar alvorens ermee veredeld kan worden. Dit kost tijd, dit kost geld en kan leiden tot blokkades voor gebruik als de informatie niet beschikbaar komt.

Het rapport is niet eenduidig over het instellen van een terugwerkende kracht en lijkt eeuwigdurende verplichtingen met zich mee te brengen. Dit levert veel juridische onzekerheid op. Ook het verwerpen van de mogelijkheid voor sectorspecifieke richtlijnen, en  voor het aanmerken van geregistreerde ‘veilige’ collecties zijn nadelig voor de sector. De regels gelden voor alle sectoren die genetisch materiaal gebruiken, zoals de farmaceutische en biochemische industrie en de plantenveredeling en veefokkerij. Er is veel te weinig rekening gehouden met de specifieke behoeften en kenmerken van de agrarische sectoren waar innovatie de basis vormt voor verduurzaming en productkwaliteit en voedselzekerheid.

Het rapport van het EP is nog niet het einde van het wetgevingstraject. Zaken kunnen mogelijk rechtgezet worden in de onderhandelingen tussen het EP, de Raad en de Europese Commissie. Plantum begrijpt de internationale noodzaak voor regels over toegang. Deze moeten echter uitvoerbaar zijn en het duurzaam gebruik van biodiversiteit stimuleren. Plantum zal zich in de komende tijd dan ook blijven inzetten voor behoud van de veredelingsvrijstelling zonder aanvullende verplichtingen en een lichte regeldruk gekoppeld aan een hoge mate van juridische zekerheid voor zowel de gebruiker als de aanbieder. Regels met terugwerkende kracht en die tot in de eeuwigheid consequenties hebben moeten daarom voorkomen worden."