Met dank aan Tobias Cohen Jehoram en Robbert Sjoerdsma (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Claassen (AKD).
Nadere conclusie A-G Verkade, 13 september 2013, zaak 08/01901, Red Bull v Winters.
Merkenrecht. Nadere conclusie naar aanleiding van de beantwoording door het HvJEU van de door de Hoge Raad bij arrest van 19 februari 2010 gestelde prejudiciële vragen, zie IEPT20111215 (HvJEU) en IEPT20100219 (HR). De zaak gaat over de vraag of Winters, die als afvulbedrijf in opdracht van een derde door die derde ter beschikking gestelde blikjes, met daarop tekens die te veel op de merken van RED BULL lijken, vult met energiedrank en die blikjes weer ter beschikking stelt aan de opdrachtgever, aldus de met de RED BULL-merken overeenstemmende tekens 'gebruikt' in merkenrechtelijke zin. De A-G concludeert, gezien het arrest van het HvJEU, tot vernietiging van het bestreden arrest:
3.1. De Hoge Raad heeft in het arrest van 19 februari 2010 onder 3.3 Winters' cassatiemiddel I samengevat. Het verst strekkende eerste onderdeel van dit middel komt, in de woorden van de Hoge Raad, in de kern erop neer dat het hof heeft miskend 'dat geen sprake is van gebruik door Winters voor waren in de zin van genoemde bepalingen, zulks omdat zij niet eigen waren verhandelt, althans niet gebruikt ter onderscheiding van eigen waren'.
3.2. Uit de door het HvJEU gegeven verklaring voor recht blijkt dat deze klacht slaagt. Een afvuller als Winters maakt zelf geen gebruik van de in het arrest van het gerechtshof 's Hertogenbosch bedoelde, volgens dat hof met de ingeschreven merken van Red Bull overeenstemmende, tekens.
Lees de conclusie hier.