Nadere Memorie van Antwoord inzake het wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Print this page 10-09-2018
B915496

Nadere Memorie van Antwoord inzake het wetsvoorstel voor de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Minister Wiebes (EZK) gaat hierin in op vragen van de PVDA-fractie. De gestelde vragen hebben betrekking op de mogelijkheid tot een volledige proceskostenveroordeling in het voorgestelde artikel 1019ie Rv. Wiebes stelt hierover onder meer:

 

“In mijn visie komt toepassing van artikel 1019ie Rv alleen in beeld als duidelijk is dat gedaagde volstrekt te kwader trouw, dus willens en wetens, inbreuk op het bedrijfsgeheim heeft gemaakt. In die situatie is een volledige proceskostenveroordeling voorzienbaar. Het risico van een geringe voorspelbaarheid, zoals de PvdA-fractie vreest, acht ik daarom beperkt. […]

 

Het gevolg van de invoeging van artikel 1019ie Rv in het wetsvoorstel bescherming bedrijfsgeheimen is dat de rechter, mits gevorderd en met inachtname van de in het artikel opgenomen waarborgen, de mogelijkheid heeft een volledige proceskostenveroordeling op te leggen. Dat is een factor waar rekening mee gehouden moet worden bij het starten van de procedure. In die zin is de inschatting vooraf van de kosten lastiger geworden dan wanneer alleen artikel 237 Rv van toepassing is. Dat zal in het begin, zolang er nog geen jurisprudentie is gevormd, het geval kunnen zijn. Maar betrokkenen in een inbreukzaak zullen zich over het algemeen laten bijstaan door een advocaat. Dat is sowieso vereist als men gaat procederen over een bedrijfsgeheim (alleen de verweerder in kort geding kan in persoon procederen). Onderdeel van de taak van advocaten is het helpen van hun cliënten bij het inschatten van de procesrisico’s en hiermee verbonden kosten. Daarvan kan ook deel uitmaken dat eiser ervoor kiest juist geen beroep te doen op de uitzondering van artikel 1019ie Rv of dat partijen afspraken maken over de hoogte van de proceskosten. Dat is al het geval in IE-zaken en wordt door de rechter ook regelmatig gevolgd. Maar zoals ik hierboven al heb aangegeven, zal ik monitoren hoe de kostenveroordeling in de praktijk zal uitvallen. […]

 

Of Nederland het enige land in Europa is of blijft waar de expliciete mogelijkheid is geregeld tot volledige kostenveroordeling, kan ik niet bevestigen. Alhoewel de implementatietermijn op 9 juni jl. is verstreken, heb ik vernomen dat de implementatie van de onderliggende richtlijn in veel lidstaten nog in volle gang is. Het is dus mogelijk dat meer lidstaten een artikel als artikel 1019ie Rv in hun wetgeving opnemen. Dat neemt niet weg dat deze nieuwe wet onderdeel uitmaakt van het streven naar een uitmuntend vestigingsklimaat voor Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Innovatieve bedrijven worden steeds meer blootgesteld aan oneerlijke praktijken die zijn gericht op het onrechtmatige verkrijgen van bedrijfsgeheimen, zoals ontvreemding, kopiëren zonder toestemming, economische spionage of inbreuk op vertrouwelijkheidsvereisten, zowel van binnen als van buiten de EU. Nederland staat bekend om zijn kennisintensieve industrieën, is ook een belangrijke exporteur van kennis en er bestaat een goede samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. Bedrijfsgeheimen en IE-rechten zijn van groot belang om deze kennis (binnen de hele EU) op een gelijksoortige wijze te beschermen. Nederland beschikt al over een modern evenwichtig stelsel ter bescherming van IE-rechten maar, zoals aangeven, niet alle categorieën bedrijfsgeheimen kunnen hierdoor beschermd worden. Voor bedrijfsgeheimen bestaat er in Nederland (en in de EU) tot op heden nog geen specifieke bescherming, anders dan op basis van de onrechtmatige daad, het contractenrecht en het arbeidsrecht. Dat is zeer spijtig want bedrijfsgeheimen spelen een cruciale rol bij het stimuleren van groei en creativiteit en het bevorderen van een concurrerende markt. Dankzij het wetsvoorstel zal dit binnenkort wel het geval zijn. Nederlandse en in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven, waaronder het MKB, hebben veel belang bij een goede bescherming van bedrijfsgeheimen in de vorm van kennis en informatie, en bij de mogelijkheid om maatregelen, procedures en rechtsmiddelen in te stellen ter voorkoming van het onrechtmatig verkrijgen, openbaar maken of gebruiken hiervan. Effectief optreden tegen inbreuken op bedrijfsgeheimen is geboden, waarbij rekening wordt gehouden met alle belangen. Daarbij hoort de mogelijkheid tot het verkrijgen van een volledige proceskostenveroordeling ex artikel 1019ie Rv, wel rekening houdend met de eerder in deze nadere memorie van antwoord geschetste specifieke reikwijdte. Dat geldt ook voor goederen uit derde landen waarvan het ontwerp, de productie of het in de handel brengen, gebaseerd is op gestolen of op een andere manier onrechtmatig verkregen bedrijfsgeheimen, en die in Nederland worden ingevoerd.”

 

Lees de volledige nadere Memorie van Antwoord hier.