Nadere memorie van antwoord wetsvoorstel toezicht CBO’s

19-12-2012 Print this page

B9 11970. Kamerstukken Tweede Kamer. Wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten. Nadere memorie van antwoord van staatsecretaris Teeven m.b.t. de brief van Voi©e, de bestuurlijke boete bestuurders, de  gedwongen samenwerking en de gefaseerde inwerkingtreding.

Gefaseerde inwerkingtreding: (…) Om te voorkomen dat we nu op korte termijn een regeling in werking laten treden, die wellicht al gauw weer moet worden herzien als gevolg van Europese ontwikkelingen, lijkt het me goed die laatste eerst even af te wachten. Dat acht ik juist ook vanuit wetgevingsoptiek een valabele reden. Dit betekent overigens niet dat ik nu al bij voorbaat wil afzien van het in dit wetsvoorstel voorgestelde beleggingsregime. Wel meen ik dat er ruimte moet zijn voor een heroverweging als de uiteindelijke EU-richtlijn over collectief beheer daartoe aanleiding geeft. Daarbij zal uiteraard ook de praktische uitvoerbaarheid een punt van aandacht zijn.

Bestuurlijke boete bestuurders: (…) De situatie waarin de leden of aangeslotenen bij een cbo de betrokken bestuurders bij gebleken misstanden niet kunnen corrigeren of tot aftreden kunnen dwingen, behoort daarmee straks tot het verleden. Voordat het tot de oplegging van een administratieve boete, al dan niet vergezeld van een dwangsom, komt, heeft het College van Toezicht de gerezen bezwaren al met de betrokken cbo besproken, een aanbeveling en, vervolgens, een aanwijzing uitgevaardigd. Als de betrokken cbo dan nog de wensen van het College naast zich neer legt, dreigt de oplegging van een administratieve boete. Juist omdat die uiteindelijk wordt gedragen door rechthebbenden, ligt daarin voor hen bij uitstek een stimulans om het bestuur van «hun» cbo te corrigeren of eventueel het vertrouwen daarin op te zeggen. (…)

Gedwongen samenwerking:  (…)  De mogelijkheid om nauwere samenwerking tussen cbo’s bij gedelegeerde regelgeving te realiseren is van het begin af aan nadrukkelijk geïntroduceerd als ultimum remedium. Voorop staat dat organisaties die samenwerking zelf op vrijwillige basis gaan zoeken en invullen. De ontwikkelingen sinds de indiening van het wetsvoorstel eind 2008 geven aan dat hier via zelfregulering de nodige vooruitgang is geboekt. (…) Gelet op deze ontwikkelingen zie ik op dit moment geen aanleiding om cbo’s via de uitvaardiging van een algemene maatregel van bestuur tot nauwere samenwerking te dwingen.

Brief Voi©e: Voice geeft aan dat het de vraag is of gezamenlijk onderhandelen door de collectieve beheersorganisaties de problemen in de omroepsector oplost. Het rechtenbeheer in de omroepsector is – anders dan bij het MKB – inderdaad complex, terwijl de situatie bovendien nog niet is uitgekristalliseerd. (…) Het wetsvoorstel ziet echter niet op de vraag welke materiële rechten een cbo mag uitoefenen. Gelet op al deze factoren en de verwachting dat de rol van cbo's bij de exploitatie van filmwerken nog nader aan bod zal komen bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel auteurscontractenrecht, acht ik dit niet het aangewezen moment om wettelijk in te grijpen.

Lees de gehele memorie hier. Dossier hier.