Nakoming van gedurende de looptijd van overeenkomst ontstane verplichtingen

15-08-2012 Print this page

B9 11560. Vzr Rechtbank Amsterdam, 13 augustus 2012, LJN: BX4508, Dr. Media VOF tegen [C].

Managementovereenkomst artiest [C] (Gers Pardoel). Dr. Media heeft middels een persbericht laten weten dat de samenwerking met [C] is beëindigd en vordert nu overlegging van financiële bescheiden en betaling van een voorschot op de schadevergoeding van €65.000 voor de verkregen inkomsten uit optredens die voor de beëindiging waren geboekt en eveneens voor de inkomsten voortvloeiend uit anderszins gedurende de looptijd van de overeenkomst gemaakte afspraken, in geval deze mede door toedoen van Dr. Media tot stand zijn gekomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de managementovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd:

5.6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het beroep van Dr. Media op het bepaalde in artikel 10.1 van de Overeenkomst ongegrond. In artikel 9 is bepaald dat de overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van twee jaar en dat deze na die periode “stilzwijgend” zal overgaan in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Een redelijke uitleg van deze bepaling brengt met zich dat ingeval [C] aangeeft dat hij de overeenkomst niet wenst te verlengen (zoals hij op 18 februari 2011 gedaan heeft, zie 2.3) deze alsdan niet “stilzwijgend” wordt voortgezet. Daar komt bij dat uit de uitlatingen van Dr. Media jegens [C] en naar derden toe, zoals weergegeven onder 2.4 en 2.5, kan worden afgeleid dat Dr. Media heeft ingestemd met de door [C] gewenste beëindiging. Deze beëindiging laat uiteraard onverlet dat partijen gehouden zijn tot nakoming van de gedurende de looptijd van de overeenkomst ontstane verplichtingen.

Deze verplichtingen liggen met name op het financiële vlak. Partijen hebben voor de vaststelling ervan over en weer behoefte aan nadere informatie. Nu [C] erkent een bedrag van €13.780,47 schuldig te zijn, is de vordering tot dat bedrag toewijsbaar. Voor het meerdere geldt dat nader onderzoek naar de feiten, waarvoor een kort geding zich niet leent, noodzakelijk is. Het conservatoir beslag wordt niet opgeheven. Dr. Media moet de domeinnamen (zonder enige restrictie) en alle originele bescheiden die zij ter zake van de managementovereenkomst onder zich heeft overdragen, aangezien de overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd en er geen sprake is van schuldeisersverzuim omdat [C] met een andere manager heeft gecontracteerd.

Lees het vonnis hier.