Nederlandse concept-reactie op groenboek "Voorbereiding op geconvergeerde audiovisuele wereld"
10-07-2013 Print this page
Kamerbrief met Nederlandse concept-reactie op het groenboek "Voorbereiding op een volledig geconvergeerde audiovisuele wereld: Groei, creatie en waarden" van de Europese Commissie, 8 juli 2013, referentie 526753.
"Op 24 april 2013 publiceerde Europese Commissie het groenboek "Voorbereiding op een volledig geconvergeerde audiovisuele wereld: Groei, creatie en waarden" (COM(2013) 231 def). De Europese Commissie heeft verzocht voor 31 augustus 2013 te reageren. In dit groenboek wordt ingegaan op de gevolgen van digitalisering, globalisering en convergentie van de sectoren telecommunicatie en media. Een van de onderliggende vragen is of deze convergentie vraagt om een uitbreiding van de reikwijdte van de richtlijn audiovisuele mediadiensten.
De reactie begint met vier voor het kabinet belangrijke uitgangspunten, namelijk: terughoudendheid met extra regulering en protectie, het belang van een open en vrij internet, het belang van een gemengd medialandschap en het belang van onafhankelijkheid van de media. Vervolgens wordt de Nederlandse visie gegeven op een mogelijke herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten. [...]
Onderscheid lineair – non-lineair
Nederland meent dat het onderscheid lineair en non-lineair een op techniek gebaseerd criterium is dat zijn langste tijd heeft gehad. Immers, de grens tussen lineair kijken en non-lineair kijken en de grens tussen de voorheen gescheiden werelden van telecommunicatie en media vervagen steeds meer als gevolg van het feit dat het connected consumeren van audiovisuele diensten toeneemt. Het argument dat non-lineair kijken minder impact heeft was eerder een reden voor het onderscheid lineair – non-lineair. Maar dit argument heeft zijn kracht verloren met de opkomst de smart tv. De controle van de gebruiker bij on-demand kijken is groot, maar tegelijkertijd ook betrekkelijk aan het worden: bij veel on-demand content is het bijvoorbeeld niet mogelijk de reclame te vermijden. Naast de smart tv is het non-lineaire aanbod vaak ook nog op allerlei andere schermen (zoals gameconsoles, Apple TV, Google TV) en mobiele schermen beschikbaar. Ook volgens het Europees Parlement zijn de verschillende niveaus van regulering voor lineaire en niet-lineaire diensten niet meer herkenbaar voor de consument. Het Parlement vindt dat er stappen ondernomen moeten worden om voor alle actoren een gelijk speelveld te creëren.
Nederlandse positie:
- Nederland erkent dat het onderscheid tussen lineair en non-lineair onhoudbaar begint te worden, maar wil daarmee zeker niet de conclusie trekken dat de regels moeten worden uitgebreid. Nederland ziet deze ontwikkeling juist als een kans om zorgvuldig na te denken over een samenhangend regelgevend kader en om de regels op lineaire diensten juist te verminderen.
- Gezien de ontwikkeling van het mediagebruik, zou Nederland liever alle aanbieders van audiovisuele inhoud gelijk behandelen. Vervolgens zouden we per onderwerp kunnen bepalen welke eisen we daaraan op EU niveau stellen. [...]
Bereik van de richtlijn
Nederland maakt zich zorgen over het toepassingsbereik van de richtlijn. Elke dag komen er audiovisuele mediadiensten bij die onder de definitie van de huidige richtlijn vallen, vaak met een beperkte omzet en een gering publieksbereik. Toch moeten ze allemaal direct aan alle eisen van de richtlijn voldoen. Dit leidt tot onevenredige administratieve (financiële en rapportage) lasten, zowel voor het bedrijfsleven als voor de overheid.
Nederlandse positie:
- Nederland bepleit daarom een de minimus bepaling in de EU richtlijn voor audiovisuele mediadiensten. Gedacht kan worden aan een drempel op basis van publieksbereik, marktaandelen of omzetcijfers."
Lees hier meer. De concept-reactie hier.