Niet geslaagd in het haar opgedragen bewijs

13-08-2012 Print this page

B9 11557. Rechtbank ’s-Gravenhage, 1 augustus 2012, HA ZA 09-1523, Cisco Technology c.s. tegen Comtek Communications.

Merkenrecht. Eiser Cisco stelt dat Comtek, een handelaar in gereviseerde apparatuur, de merken van Cisco aanbrengt op de door haar verhandelde producten en vordert een inbreukverbod. Comtek is in het tussenvonnis van 22 februari 2012 (B9 10834) vervolgens toegelaten tot tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling dat alle bij haar door Cisco in beslaggenomen zaken voorzien zijn van de Cisco-merken, met uitzondering van de daarin genoemde tape, antistatische zakken en Prolab, en tevens tot bewijs dat een deel van deze inbeslaggenomen zaken afkomstig is van HP c.s.

Comtek is volgens de rechtbank niet geslaagd in het leveren van (tegen)bewijs. Daarmee staat vast dat er zich geen producten onder de in beslag genomen zaken bevinden die niet zijn voorzien van de Cisco-merken en dat er zich geen Cisco-producten afkomstig van HP c.s. onder de in beslag genomen zaken bevinden. Er is derhalve geen sprake van uitputting van de merken van Cisco. De rechtbank komt tot de conclusie dat Comtek inbreuk heeft gemaakt op het Gemeenschapsmerk en het Beneluxmerk van Cisco en wijst het gevorderde verbod toe.

De vordering van Cisco tot afgifte ter vernietiging van de in beslag genomen zaken wordt toegewezen, de vordering tot afgifte van andere dan de hiervoor genoemde zaken wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete bewijzen. De gevorderde inzage door een onafhankelijke registeraccountant en de gevorderde rekening en verantwoording en informatie over leveranciers worden door de rechtbank toegewezen. De afdracht van nettowinst wordt afgewezen, nu niet blijkt van opzet in de zin van moedwilligheid of bewustheid (kwade trouw) bij de merkinbreuk bij Comtek. De enkele afwezigheid van kwade trouw kan er niet zonder meer toe leiden dat geen recht kan worden gedaan op vergoeding van volledige proceskosten.

Comtek zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten: €110.578,19.

Lees het vonnis hier.