Noot Geerts bij Rb NN Yoghurt Barn/Yoghurt Farm

Print this page 08-02-2019
B915638

P.G.F.A. Geerts, Universiteit Groningen en bureau Brandeis, Noot onder Rb. Noord-Nederland 13 september 2017 (Yoghurt Barn/Yoghurt Farm); gepubliceerd in IER 2018/43, p. 411-421.

 

"1. In deze korte noot gaat het mij vooral om een ondergeschikt onderdeel uit het vonnis, te weten de afwijzing van de slaafse nabootsingsvordering.

 

[...]

 

4. Als ik de voorzieningenrechter goed begrijp, dan is hij van mening dat een slaafse nabootsingsvordering alleen kans van slagen heeft indien geen sprake (meer) is van een IE-recht waarop eiser zich kan beroepen, met als gevolg dat cumulatie of samenloop van IE-rechten en het slaafse nabootsingsrecht niet mogelijk is. Dat oordeel berust op een verkeerde lezing van het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt (zie nr. 5) en strookt bovendien niet met het in Nederland geldende ‘samenlooprecht’ (zie nr. 6).

 

5. Zoals gezegd baseert de voorzieningenrechter zijn oordeel op (het eerste deel van) r.o. 3.4.1 uit het All Round/Simstars-arrest van de Hoge Raad. Het punt is echter dat hij daarin te veel leest. Weliswaar spreekt de Hoge Raad van een stoffelijk product “dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom”, maar daaraan verbindt hij ‘slechts’ de consequentie dat de nabootsing van zo’n product in beginsel vrijstaat. Wat de Hoge Raad niet zegt, is dat alléén in het geval dat een product niet (langer) wordt beschermd door een IE-recht, een beroep op slaafse nabootsing openstaat. Dat staat er niet en dat heeft de Hoge Raad volgens mij ook niet bedoeld te zeggen. Dat blijkt duidelijk uit het tweede deel van r.o. 3.4.1, waar de voorzieningenrechter in zijn vonnis niet naar verwijst. Daar staat onverkort en in algemene bewoordingen dat nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, een vorm van oneerlijke mededinging is, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen. Dus ongeacht of het product van de eisende partij door een IE-recht wordt beschermd.

 

6. Het gevolg van deze verkeerde lezing van de jurisprudentie van de Hoge Raad is dat de voorzieningenrechter een beslissing neemt die niet strookt met de in Nederland geldende hoofdregel dat behoudens voor zover de verschillende wettelijke regimes elkaar uitsluiten of conflicteren, cumulatie of samenloop van rechten moet worden toegestaan. Dat is een algemene regel, die ook geldt bij cumulatie of samenloop van IE-rechten. Die regel dient m.i. evenzeer te gelden bij de cumulatie of samenloop van IE-rechten en de slaafse nabootsingsvordering. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom in dat geval afgeweken zou moeten worden van de in Nederland geldende hoofdregel.

 

[...]

 

10. Kortom: anders dan de voorzieningenrechter, meen ik dat de slaafse nabootsingsactie (onder omstandigheden) kan slagen wanneer eiser tevens IE-rechthebbende is."

 

Lees de volledige noot hier.