Noot onder HvJ 19 juni 2014, C-345/13 (Karen Millen/Dunnes Stores)

07-01-2015 Print this page
B913463

Paul Geerts, Universiteit Groningen: Noot onder HvJEU 19 juni 2014, C-345/13 (Karen Millen/Dunnes Stores). Oorspronkelijk gepubliceerd in IER 2014/61.


“4. Het Hof van Justitie volgt zijn A-G en oordeelt dat beslissend is de algemene indruk die bij de geïnformeerde gebruiker wordt gewekt door een of meer, individueel beschouwde, oudere modellen.  Ik vind de beslissing van het Hof van Justitie overtuigend. Men moet dan overigens niet afgaan op de onbegrijpelijke Nederlandse tekst van kernoverwegingen 24 en (met name) 25, maar op (bijvoorbeeld) de Engelse tekst (de procestaal) van het onderhavige arrest. De hiervoor genoemde rechtsoverwegingen luiden in het Engels:

 

"24. There is nothing in the wording of Article 6 of Regulation No 6/2002 to support the view that the overall impression referred to therein must be produced by such a combination.

25. The reference to the overall impression produced on the informed user by ‘any design’ which has been made available to the public indicates that Article 6 must be interpreted as meaning that the assessment as to whether a design has individual character must be conducted in relation to one or more specific, individualised, defined and identified designs from among all the designs which have been made available to the public previously".

 

6. Daar is volgens mij geen speld tussen te krijgen ook al spreekt de Nederlandse tekst van art. 6 GModVo over 'modellen', waardoor men aan de uitkomst van deze procedure mogelijk nog enigszins had kunnen twijfelen.  Hoe dat verder ook zij, het Hof van Justitie heeft de knoop doorgehakt: ‘any design’ ziet op een of meer precieze, individueel beschouwde, welbepaalde en omschreven modellen binnen het geheel van eerder voor het publiek beschikbaar gestelde modellen.

 

7. Het Hof van Justitie spijkert zijn arrest nog verder dicht en wijst alle andere argumenten die eventueel voor een andere lezing zouden kunnen pleiten, resoluut van de hand (zie r.o. 26 e.v.). Terecht mijns inziens. Bij één punt wil ik in deze noot nog even kort stilstaan. Het betreft punt 14 uit de considerans van de GModVo waarin gesproken wordt over het vormgevingserfgoed [...]"

Lees de noot hier.