Nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel Wet versterking auteurscontractenrecht
06-10-2025 Print this page
De nota beantwoordt vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel dat de positie van makers en uitvoerende kunstenaars versterkt bij contracten over auteurs‐ en naburig recht. Belangrijke inzet is meer transparantie, betere vergoedingen en collectief overleg in sectoren.
2. Transparantieverplichting
* Artikel 25ca Auteurswet verplicht exploitanten (zoals uitgevers, platforms) om jaarlijks inzicht te geven aan de maker over de exploitatie van het werk: welke exploitatievormen, inkomsten en welke vergoeding aan de maker verschuldigd is.
* De plicht bestrijkt de “billijke vergoeding” voor exploitatierechten, niet per se het honorarium voor opdrachten (hoewel in de praktijk soms een lumpsum wordt afgesproken).
* Bij een lumpsum moet de exploitant aangeven welk deel van dat bedrag beschouwd kan worden als billijke vergoeding, zodat de maker kan beoordelen of de vergoeding rechtvaardig is.
* Het kabinet stimuleert collectieve afspraken (zoals via “auteursrechttafels”) over honoraria en exploitatievergoedingen.
3. Auteursrechttafels en collectief overleg
* In verschillende sectoren (boeken/uitgevers, beeld/kunst, muziek, audiovisueel/film) zijn al verkenningen en overleg begonnen tussen makers, uitvoerende kunstenaars en exploitanten.
* In deze sectoroverleggen kunnen onderwerpen als AI-gebruik, metadatabeheer, VOD-exploitatie, externe vergoedingen (zoals “bestsellervergoedingen”) en modelcontracten aan de orde komen.
* Een voorbeeld is dat er onderhandelaarsakkoord is bereikt over de vergoeding voor video-on-demand (VOD).
* Er wordt ook gekeken of er een aparte tafel kan komen voor theater/producties en voor de vergoeding bij gebruik van werken op tentoonstellingen of evenementen (“sta- en hanggelden”).
4. Overgangsrecht & inwerkingtreding
* De wet is zodanig vormgegeven dat zij **onmiddellijke werking** krijgt: de nieuwe regels gelden ook voor bestaande overeenkomsten en exploitatieverhoudingen, maar **zonder terugwerkende kracht**.
* Dat betekent dat gebeurtenissen vóór de inwerkingtreding niet onder de nieuwe wet vallen, maar gebeurtenissen ná die datum wél.
* Voor overleden makers geldt dat hun nabestaanden ook aanspraak kunnen maken op sommige persoonlijkheidsrechten (indien het werk nog beschermd is), mits de vermeende inbreuk na de datum van inwerkingtreding plaatsvond.
* Er komt een invoeringstoets (één jaar na inwerkingtreding) om de werking van de nieuwe regels in de praktijk te evalueren.
* Ook wordt elke vijf jaar verslag uitgebracht aan het parlement over de implementatie, met name over de vergoeding voor VOD.
* Het kabinet streeft ernaar de wet zo spoedig mogelijk in te laten gaan na goedkeuring door de Eerste Kamer, met vaste inwerkdata (zoals 1 januari of 1 juli), tenzij dringende redenen anders vereisen.
Kamerstukken II 2025/26, 36 536, Nr. C.
(zie aanbiedingsbrief, dossiernummer)