Nota naar aanleiding van het verslag wijziging artikel 11.7a Telecommunicatiewet (cookies)

07-08-2014 Print this page
B913140

Wijziging van de Telecommunicatiewet (wijziging artikel 11.7a), Kamerstukken II, 2013-2014, nr. 6, Nota naar aanleiding van het verslag, ontvangen 14 juli 2014.

"Bij het gebruik van cookiemuren wordt een bezoeker die geen cookies accepteert, geen toegang verleend tot de (rest van) de website. De regering vindt dit een bijzonder gebruikersonvriendelijke oplossing. Toch gaat het de regering te ver om in algemene zin het gebruik van cookiemuren te verbieden. De meeste websites zijn toegankelijk zonder dat daarvoor moet worden betaald. Dit is in veel gevallen slechts mogelijk omdat de betreffende website gefinancierd wordt uit reclame-inkomsten. Daarbij gaat het vaak om op de specifiek op de betreffende internetter gerichte reclame. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van gegevens over zijn/haar surfgedrag dat gevolgd wordt met behulp van cookies. Tegen deze wijze van financiering van een website bestaat geen bezwaar, op voorwaarde dat de internetter vooraf adequaat wordt geïnformeerd dat zijn/haar surfgedrag (ondermeer) met behulp van cookies wordt gevolgd en daarvoor toestemming van de internetter is verkregen. Als een gebruiker van internet niet bereid is de «prijs» van de website, het toestaan van trackingcookies, te betalen, staat het de aanbieder van de website in beginsel vrij om de verdere toegang te weigeren. De regering wil geen afbreuk doen aan de ondernemingsvrijheid met betrekking tot de mogelijkheden van de aanbieder van een website om een tegenprestatie te verlangen voor het gebruik van zijn website. Bovendien zou een regeling die aanbieders van websites zou dwingen gebruikers toegang tot de website te geven ook als zij geen toestemming geven voor het gebruik van tracking cookies, in strijd zijn met de dienstenrichtlijn. Een dergelijke regel zou effect hebben op het vrij kunnen verrichten van de dienst, bestaande uit het aanbieden van een website. Artikel 16 van de dienstenrichtlijn bepaalt dat dergelijke «verrichtingseisen» alleen gesteld mogen worden als ze noodzakelijk zijn vanwege openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of de bescherming van het milieu." [...]

Nadere verduidelijking van de in de wet gebruikte term «geen of geringe gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer» kan zowel in een algemene maatregel van bestuur als in een door de Minister van Economische Zaken of ACM op te stellen beleidsregel worden gegeven. Een beleidsregel kan partijen die onder de norm in artikel 11.7a Tw vallen (partijen die cookies plaatsen of lezen) meer zekerheid geven over wanneer zij een beroep kunnen doen op de uitzondering voor gevallen waarin het gebruik van de cookies geen of geringe gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer heeft. Indien de verduidelijking wordt geboden in een beleidsregel blijft de ACM in haar handhaving een inherente afwijkingsbevoegdheid houden: indien een bepaald geval voldoet aan de criteria in een beleidsregel waarin de wet wordt uitgelegd, blijft de toezichthouder gehouden te beoordelen of in dit specifieke geval sprake is van een bijzondere situatie waardoor toch tot een ander (voor de betreffende partij gunstiger) oordeel moet worden gekomen.
Bij een algemene maatregel van bestuur is dat niet het geval. Indien criteria om vast te stellen of er meer of minder dan geringe gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer zijn bij algemene maatregel van bestuur worden vastgelegd, moet de toezichthouder deze criteria volgen. Dit kan een reden vormen om voor nadere uitleg in een beleidsregel te kiezen, aangezien het onderwerp voortdurend in ontwikkeling is."

Lees hier meer.