B9 11569. Kamiel Koelman, Van Diepen Van der Kroef: Noot bij HvJ EU 24 november 2011, zaak C-283/10 (Circus Globus). Eerder gepubliceerd in AMI 2012, p.25.
“Dit arrest betreft een bevoegdheidsafbakening. Niet langer onze Hoge Raad, maar het HvJ EU heeft ten aanzien van vele auteursrechtelijke kwesties het laatste woord. Zelfs onderwerpen die niet - uitdrukkelijk – in een richtlijn zijn geregeld, trekt het Hof naar zich toe. Maar er blijken toch grenzen te zijn aan de competentie van het HvJ EU: ten aanzien van het ouderwetse op- en uitvoeringsrecht is de nationale opperrechter nog steeds de hoogste instantie.
Hier ging het om de vraag of het Europese auteursrecht van toepassing is op de situatie waarin een circus bij zijn voorstellingen muziekwerken ten gehore brengt. Het Hof oordeelt dat dit niet het geval is, daar in overweging 23 bij de Auteursrechtrichtlijn valt te lezen dat aan het recht van mededeling aan het publiek van artikel 3 lid 1 van de richtlijn ‘… een ruime betekenis [moet] worden gegeven die iedere mededeling omvat die aan niet op de plaats van oorsprong van de mededeling aanwezig publiek wordt gedaan. Dit recht dient zich uit te strekken tot elke dergelijke doorgifte of wederdoorgifte van een werk aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van uitzending. Dit recht heeft geen betrekking op enige andere handeling.’ De laatste zin impliceert dat met de richtlijn niet het gehele openbaarmakingsrecht is geharmoniseerd.”
Lees de gehele noot hier.
Kamiel Koelman, Van Diepen Van der Kroef: Noot bij HvJ EU 2 mei 2012, zaak C-406/10, SAS/World Programming. Eerder gepubliceerd in AMI 2012, p.168.
Alweer een Europees arrest over het object van het auteursrecht. Deze keer betreft de uitspraak het object van het software-auteursrecht. In het BSA-arrest oordeelde het Hof dat zowel bron- als objectcode op grond van de Softwarerichtlijn onder het auteursrecht vallen. Nu wordt daaraan toegevoegd dat de functionaliteit van een computerprogramma, een programmeertaal op zichzelf en de indeling van gegevensbestanden onder de Softwarerichtlijn niet voor bescherming in aanmerking kunnen komen. Maar programmeertaal en indeling overigens wellicht weer wel op grond van het gemene Europese auteursrecht als neergelegd in de Auteursrechtrichtlijn. Voorts wordt bevestigd dat de beperking van het software-auteursrecht die toestaat om reverse engineering te bedrijven, van dwingend recht is. Tenslotte herhaalt het Hof nog eens het gestelde in zijn Infopaq I-arrest. In deze noot wordt slechts ingegaan op de bescherming van functionaliteit, programmeertaal en bestandsindeling.
Lees de gehele noot hier.