Opdrachtgeversauteursrecht op model hoeft niet te voldoen aan eisen voor modellenbescherming

01-11-2013 Print this page
B912592

Sikke Kingma (Pels Rijcken), Cassatieblog.nl, CB 2013-183, 31 oktober 2013. Over het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013 in de zaak tussen S&S en Esschert.

"Het auteursrecht van de opdrachtgever van het ontwerp van een model
Vervolgens klaagde S&S over het oordeel van het hof dat Esschert als auteursrechthebbende van de vuurkorf had te gelden. De vuurkorf was niet door (een werknemer van) Esschert zelf ontworpen, maar door een opdrachtnemer. Nu kent de Auteurswet geen bijzondere regeling voor werken die in opdracht zijn vervaardigd. In het “gewone” auteursrecht is de opdrachtnemer dus niet alleen feitelijk, maar ook juridisch gezien de maker, en dus de auteursrechthebbende. Dat recht kan hij wel overdragen aan zijn opdrachtgever, maar daar was in deze zaak niets over komen vast te staan. In het modellenrecht (art. 3.8 lid 2 BVIE) geldt echter de opdrachtgever van het ontwerp van het model als ontwerper (tenminste, bij “gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd”). Nu is bovendien een uitgangspunt van het BVIE om auteursrecht en modellenrecht in één hand te houden. Art. 3.29 BVIE bepaalt in dat verband dat de ontwerper-opdrachtgever de auteursrechthebbende is, en niet de opdrachtnemer.

Het hof had in deze zaak vastgesteld dat de vuurkorf een model was, en dat daarom opdrachtgever Esschert als ontwerper en dus ook als auteursrechthebbende moest worden aangemerkt. S&S klaagde hierop eerst dat de vuurkorf geen model was, omdat volgens art. 3.1 lid 1 BVIE een model wordt beschermd voor zover de tekening of het model nieuw is en een eigen karakter heeft. Daar had het hof niets over vastgesteld. Het had geoordeeld dat de vuurkorf een model was in de zin van art. 3.1 lid 2 BVIE, waarin een model is gedefinieerd als “het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan”. Dat laatste is volgens de Hoge Raad echter ook het juiste criterium (r.o. 4.2.2) [...].

Vervolgens stelde S&S nog aan de orde dat de GModVo (art. 14) alleen de regeling kent dat de werkgever modellenrechthebbende wordt, en niet (zoals het BVIE) een regeling waarin de opdrachtgever als ontwerper heeft te gelden. Maar dat is niet relevant, volgens de Hoge Raad (r.o. 4.2.3), omdat het in deze zaak niet gaat over een inbreuk op een (gemeenschaps)modellenrecht, maar op een auteursrecht. Mede gelet op art. 96 lid 2 GModVo, [...] leidt “[d]e omstandigheid dat uit kracht van de GModVo een ander modelrechthebbende kan zijn dan de naar nationaal (Benelux)recht auteursrechthebbende, [...] gelet alleen al op art. 96 lid 2 GModVo, evenmin tot een conflict van regels waarin de Benelux-regeling moet wijken voor de Unierechtelijke.”

Lees hier meer. Het arrest vindt u hier.