B9 11852. Opinie Erwin Angad-Gaur (Platform Makers): Moedwil en misverstand. De onderhandelingspositie van ‘een goede componist’.
"Verbetering van de onderhandelingspositie van zowel de slechte als de “goede componist” dient daarom niet alleen onze cultuur, maar ook onze economie en komt zo ten goede aan zowel de consument, de maker als uiteindelijk, de goede exploitant."
Eind september verscheen het verslag van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid & Justitie met de schriftelijke inbreng en vragen van de Tweede Kamer op het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht. Tussen de vele vragen en opmerkingen viel vooral een opmerking van de VVD fractie op: “een goede componist [kan] wel degelijk een hogere prijs voor zijn muzikale stuk vragen als de vraag naar zijn product groot is. De positie van een goede maker is dus niet zwak.” Een boude stelling, die eenvoudig te determineren lijkt als citaat uit het vast repertoire van prof. mr. Dirk Visser).
Tijdens de vele openbare discussies, panels en colleges van de afgelopen jaren, poneerde hij met regelmaat de stelling dat een goede maker ook een sterke onderhandelingspositie heeft. Er is een teveel aan makers, zo stelde hij, wat resulteert in een aanbod dat de vraag overtreft. De conclusie is simpel: er zijn klaarblijkelijk veel slechte makers op de markt actief, ongetwijfeld met een slechte onderhandelingspositie, maar dat is een probleem dat toch niet tot wijziging van de auteurswet zou hoeven of moeten leiden…
Als retorische, prikkelende en -toegegeven- niet van humor gespeende redenering in de collegezaal of bij een forumdiscussie hoeft aan een dergelijke logica geen aanstoot genomen te worden. Zodra echter, bewust of onbewust, de indruk gewekt wordt van een wetenschappelijke, juiste uitspraak is er reden voor ongerustheid.
Om de, in deze beschouwing noodzakelijke, open deuren in te trappen:
- een “goede” maker is niet noodzakelijk een economisch succesvolle maker, tenzij bedoeld wordt een succesvolle kunstenaar te definieren als een “goed” en een onsuccesvolle als “slecht” kunstbeoefenaar (wetenschappelijk een aanvechtbaar idee);
- een succesvolle auteur, of artiest wordt in de praktijk in diverse sectoren van de cultuurwereld al in het begin van zijn carrière een contract voorgehouden waarin hij via een grote serie eenzijdige opties aan de zijde van de exploitant feitelijk voor jaren vast komt te zitten aan de contractvoorwaarden die hij op dat moment -het moment voor zijn succes- weet uit te onderhandelen. Zeer terecht daarom bevat het wetsvoorstel een bepaling die juist dergelijke onredelijke contractvoorwaarden vernietigbaar maakt.
Wellicht iets minder voor de hand liggend:
- door Visser, maar ook door economen die zich in de discussie gemengd hebben en zelfs in de Memorie van Toelichting door het vorige kabinet, wordt vastgesteld dat exploitanten met een succes mede de uitgave en produktie van minder succesvolle werken moeten kunnen bekostigen.
Opvallend hierbij is dat deze redenering zelden wordt toegepast op de “goede componist”: zelden immers zullen ook (of zelfs) succesauteurs grote successen boeken met elk van hun werken. Ook zij dienen met de verdiensten van hun succesvolle werken, de tijd en de energie die zij besteden aan hun minder succesvolle werk te compenseren. In de popmuziek is het fenomeen van “the one hit wonder” bijna spreekwoordelijk, zoals componisten, tekstschrijvers, maar ook bijvoorbeeld fotografen en regisseurs met regelmaat meemaken dat na een groot succes een mindere periode aanbreekt, alvorens al dan niet opnieuw “een hit” wordt gescoord.
- Ook de succesauteur, -acteur of muzikant presteert economisch gesproken -en los van de kwaliteit van zijn werk- dus vaak onregelmatig; een onderbelicht element in de discussie. Het is mede daarom dat een auteur of artiest zich niet kan veroorloven zich zijn rechten op succesvolle werken, of vaker: de rechten van een volledige succesvolle periode in zijn carrière, definitief afhandig te laten maken en daarna -met een betere onderhandelingspositie- alsnog ook zelf economisch te scoren: het verloop van veel succescarrières in de cuturele sector staat dat eenvoudigweg niet toe;
- Tot slot: de bewering dat er meer aanbod aan kunstenaars en cultuurprodukten is dan vraag is feitelijk gebaseerd op dezelfde contatering. Juist daarin onderscheidt zich het veld van de culturele industrie en de kunstwereld. Opvallend is en blijft dat dit erkend wordt in beschouwingen over de exploitant -hij zal een relatief groot aantal produkten op de markt moeten brengen om economisch succesvol te kunnen zijn-, maar ontbreekt in de analyse van de (positie van de) kunstenaar.
Het is op zichzelf begrijpelijk dat ook bij wetenschappelijke marktanalyses van de culturele sector vaak de focus wordt gericht op de grote spelers in het veld; grote en middelgrote exploitanten, via wie boeken, films en muziek meestal de markt bereiken. Wetenschappers echter, zowel economen als juristen, die vanuit een dergelijke analyse uitspraken doen over de (gewenste) verhoudingen aan de produktiezijde van de markt, is intellectuele kortzichtigheid te verwijten. Moedwillig of uit misverstand geboren.
Kunst, hoe eenvoudig het ook moge klinken, wordt niet door producenten of exploitanten, maar door kunstenaars gemaakt. Zoals hun exploitanten, hebben ook zij als cultureel ondernemer te maken met dezelfde werking van de culturele markt.
De zwakkere onderhandelingspositie van (de goede en de slechte) auteur en artiest ten opzichte van (goede en slechte) exploitanten, mag niet ten koste gaan van ook zijn mogelijkheid met zijn successen, de verliezen op zijn minder afgenomen werk te compenseren. Niet alleen voor de maatschappelijke legitimatie van het auteursrecht (die meer en meer lijkt te eroderen, ook vanuit de helaas vaak terechte constatering dat “het geld toch meestal niet bij de artiest terecht komt”), maar ook voor het voortbestaan van de culturele markt en daarmee de culturele sector; een sector die economisch van grotere waarde is dan velen vaak veronderstellen. Verbetering van de onderhandelingspositie van zowel de slechte als de “goede componist” dient daarom niet alleen onze cultuur, maar ook onze economie en komt zo ten goede aan zowel de consument, de maker als uiteindelijk, de goede exploitant.
Erwin Angad-Gaur is voorzitter van Platform Makers.