Paul Geerts, Universiteit Groningen: Bewijslast en uitputting (in het merkenrecht). Oorspronkelijk gepubliceerd in IER 2012/69, p. 571-576.
“Ik zou willen verdedigen dat zijn bewijslast (onder omstandigheden) inderdaad verlicht kan worden en dat het Van Doren/Lifestyle-arrest in deze kwestie niet alles beslissend is.”
“(…) Op de gedaagde derde rust een zware bewijslast. Hij zal slechts zelden kunnen bewijzen dat de door hem verkochte waren door of met toestemming van de merkhouder in de EER in de handel zijn gebracht dan wel dat er een reëel gevaar bestaat dat de nationale markten worden afgeschermd wanneer hij het bewijs moet leveren dat de producten binnen de EER voor het eerst in het verkeer zijn gebracht. Maar is voor de gedagvaarde derde daarmee de kous af of kan zijn bewijspositie (onder omstandigheden) toch nog verlicht worden? Ik zou willen verdedigen dat zijn bewijslast (onder omstandigheden) inderdaad verlicht kan worden en dat het Van Doren/Lifestyle-arrest in deze kwestie niet alles beslissend is.
Het is namelijk van belang dat men zich realiseert dat het Van Doren/Lifestyle-arrest enkel ziet op de vraag of en zo ja, onder welke omstandigheden de art. 34 en 36 VWEU (art. 28 en 30 (oud) EG) met zich brengen dat op de hierboven geformuleerde bewijsregel een uitzondering gemaakt dient te worden. Het Hof van Justitie heeft bij de beantwoording van de vraag of de hier besproken bewijsregel kan worden gewijzigd, uitsluitend gekeken naar vereisten die voortvloeien uit het beginsel van het vrije verkeer van goederen die dat zouden kunnen bewerkstelligen. Het arrest zegt niets over andere gronden die de bewijslast mogelijk kunnen wijzigen. Het arrest zegt dus ook niets over nationale procesregels die de bewijslast van de gedagvaarde derde kunnen verlichten. En wellicht nog belangrijker: het arrest sluit evenmin uit dat nationale procesregels de bewijslast van de gedagvaarde derde kunnen verlichten.”
(…) Dat betekent voor Nederland dat het in uitputtingszaken onder omstandigheden mogelijk is om op grond van de redelijkheid en billijkheid ex art. 150 Rv de bewijslast om te keren. Het betekent voorts dat uitputtingsjurisprudentie die vóór het Van Doren/Lifestyle-arrest is gewezen (het arrest stamt uit 2003), ook na het Van Doren/Lifestyle-arrest nog steeds relevant is.
Lees het gehele artikel hier.