Prejudiciële vraag over gevolg van het niet houden aan voorwaarden softwarelicentieovereenkomst

Print this page 12-12-2018
B915594

Zaak C-666/18. IT Development. Prejudiciële vragen Cour d'appel de Paris - Frankrijk

 

HandhavingSamenvatting van minbuza.nl: "Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst wijzigingen zijn aangebracht in de software en heeft op 22.05.2015 inbeslagneming wegens inbreuk laten verrichten ten kantore van de onderneming Coraso, een subcontractant van Free Mobile. Volgens Free Mobile zijn de verzoeken op grond van inbreuk niet ontvankelijk. Daarnaast stelt Free Mobile dat de originaliteit van de software niet is bewezen en dat de handelingen voor beslag inzake inbreuk nietig zijn. [...]  De rechter in eerste aanleg heeft de vorderingen van IT Development niet-ontvankelijk verklaard. IT Development heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de rechter in tweede aanleg verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof.

 

[...]

 

Overweging:

In het wetboek van intellectuele eigendom is bepaald dat de specifieke voorwaarden inzake wijziging van software contractueel kunnen worden vastgelegd, maar daar is niet bepaald dat een vordering wegens inbreuk in dergelijke gevallen zou zijn uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de artikelen 4 en 5 van richtlijn 2009/24, waarvan zij de omzetting vormen. In richtlijn 2004/48 is als algemene regel bepaald dat de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen van toepassing zijn op elke inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten, ongeacht de vraag of deze inbreuk al dan niet voortvloeit uit het feit dat een overeenkomst niet is nagekomen. In deze omstandigheden is de verwijzende rechter van mening dat er een prejudiciële vraag moet worden voorgelegd aan het Hof.


Prejudiciële vragen:

Is het feit dat een licentiehouder van software zich niet houdt aan de voorwaarden van een softwarelicentieovereenkomst (door het verlopen van een proefperiode, overschrijding van het aantal gemachtigde gebruikers of een andere meeteenheid, zoals processors die kunnen worden gebruikt ter uitvoering van de software-instructies, of door wijziging van de broncode van de software, wanneer dit recht in de licentie is voorbehouden aan de oorspronkelijke rechthebbende):

- een inbreuk (in de zin van richtlijn 2004/48 van 29 april 2004) jegens de houder van het auteursrecht van de software zoals voorbehouden in artikel 4 van richtlijn 2009/24/EG van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s;

- of kan hiervoor een afzonderlijke juridische regeling gelden, zoals die inzake contractuele aansprakelijkheid van het gemene recht?"

 

Lees het volledige bericht hier