Reactie aan Europese Commissie over consultatie mediavrijheid en pluralisme
10-07-2013 Print this page
Kamerbrief van staatssecretaris Dekker (OCW) met reactie op de consultatie van de Europese Commissie over het rapport van de High Level Group on Media Freedom and Pluralism, 8 juli 2013, referentie 522066.
"De verantwoordelijkheid voor mediavrijheid en –pluralisme
De Nederlandse regering hecht er aan te benadrukken dat de verantwoordelijkheid voor mediavrijheid en –pluralisme eerst en vooral ligt bij de lidstaten. Het is aan hen om te bepalen hoe ze vormgeven aan de verschillende dimensies en instrumenten, uiteraard rekening houdend met de Europese Verdragen.
De Europese Unie heeft een aanvullende rol. Wanneer zij voor de interne markt regels maakt, uitvoert en handhaaft, dan dienen mediavrijheid en –pluralisme mee te worden gewogen. Dit is al het geval, bijvoorbeeld in de richtlijn voor audiovisuele mediadiensten, de staatssteunregels voor de publieke omroep, en delen van de telecommunicatierichtlijnen. Sinds 2009 maakt het EU Handvest van de grondrechten bovendien deel uit van het primair Europees recht. Artikel 11 beschermt de uitingsvrijheid en instellingen, organen en instanties van de Unie hebben zich hieraan te houden. Lidstaten zijn gebonden aan het Handvest wanneer zij handelen binnen het toepassingsgebied van het EU-recht.
De Nederlandse regering ziet geen aanleiding om de bevoegdheden van de EU op te rekken ter wille van de mediavrijheid en –pluriformiteit. De keuze om lidstaten aan het roer te houden, is niet alleen ingegeven door de bestaande taakverdeling. Er is ook een praktische overweging. Het functioneren van de media en van mediatoezicht is sterk verweven met politieke en bestuurlijke tradities en met de economische situatie in een land. Die complexe werkelijkheid laat zich niet vangen in een blauwdruk, een one size fits all. Wat werkt in het ene land, is problematisch in een ander land. En wat er op papier staat is één ding, de praktijk is soms anders; slechter, maar ook beter.
Uitgangspunt voor de EU: dialoog en terughoudendheid met wetgeving.
Nederland heeft voor het EU-niveau een duidelijke voorkeur voor dialoog boven wetgeving. Het EP en de Europese Commissie hebben laten zien dat het effect heeft wanneer de Europese Unie zich uitspreekt over knellende mediawetgeving in een van de lidstaten. De Raad van Ministers (EU) heeft hier onmiskenbaar een achterstand. Nederland ziet dialoog op basis van feiten als een goede manier om het debat aan te jagen – in de EU, en daarbuiten. [...]
Vanuit onze opvatting dat een dwingende benadering via wetgeving of anderszins onwenselijk is, heeft de Nederlandse regering tegen één aanbeveling grote bezwaren. In het rapport klinkt de discussie door die in het Verenigd Koninkrijk is gevoerd naar aanleiding van schandalen in de tabloid pers. De auteurs noemen als mogelijke remedie dat alle EU landen mediaraden installeren met een wettelijke status, die toezien op de naleving van journalistieke gedragscodes, die journalisten en mediaorganisaties kunnen straffen en/of belonen en die bovendien vallen onder toezicht van de Europese Commissie. In Nederland is er een Raad voor de Journalistiek waarbij de meeste grote media vrijwillig zijn aangesloten. Wij zien geen aanleiding om zelfregulering van overheidswege tanden te geven. Personen of instellingen kunnen altijd naar de rechter in geval van smaad en laster. In het bijzonder zijn we gekant tegen het idee dat een orgaan journalisten hun “status” zou kunnen ontnemen: journalistiek is in Nederland een volledig vrij beroep, en dat moet vooral zo blijven. Vanuit het oogpunt van mediavrijheid vinden we gedwongen zelfregulering zelfs een risico. Het zou een kwaadwillende overheid een extra instrument geven om media in de door haar gewenste (redactionele) richting te sturen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als gedefinieerd moet worden wat een ‘goede’ gedragscode is. Dan is het middel erger dan de kwaal. Nog los van de inhoudelijke bezwaren, ziet Nederland hier geen taak en bevoegdheid voor de Europese Unie. Het is aan de lidstaten vormen van zelfregulering van de journalistiek aan te moedigen die aansluiten bij de noden en wensen in hun land.
Een andere aanbeveling van de High Level Group gaat over de onafhankelijkheid van instanties die toezicht houden op naleving van de Europese en nationale mediawetgeving. De Europese Commissie houdt hierover een afzonderlijke consultatie. In Nederland is het toezicht op de media belegd bij het Commissariaat voor de Media. In een onderzoek in opdracht van de Commissie kreeg het Commissariaat een zeer goede beoordeling. Op papier voldoet ons Commissariaat wellicht niet aan álle denkbare eisen van onafhankelijkheid, maar over het geheel genomen functioneert het Commissariaat zeer onafhankelijk, zowel ten opzichte van de minister als ten opzichte van de audiovisuele sector. Deze bevinding illustreert dat er soms afstand is tussen de theorie en de praktijk. Nederland vindt dat de focus moet liggen op de evaluatie van de facto onafhankelijkheid van mediatoezichthouders. Mocht de Commissie met een voorstel komen voor wijziging van de Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten, dan zouden criteria voor onafhankelijk toezicht op de telecommunicatiemarkt (Artikel 3 van de Kaderrichtlijn 2009) als voorbeeld kunnen dienen."
Lees hier meer.